Nederlands | Français Belgium

Aon Political Risk Map 2016: Financieel stelsel van de Golfstaten onder druk door dalende olieprijs

Desinvesteringen in Europa mogelijk

Brussel, 31 maart 2016- Uit de 19° editie van de Political Risk map, een wereldkaart die de risicoadviseur Aon jaarlijks opstelt en die de risico’s voor het internationale bedrijfsleven in kaart brengt, blijkt dat sommige olie-exporterende landen geconfronteerd worden met verminderde inkomsten door de lagere olieprijs. Daardoor gaan de landen van de Gulf Cooperation Council (GCC*) op zoek naar geld om hun financieel stelsel te onderstutten. Tegelijkertijd leiden de lage grondstofprijzen tot een toename van economische risico’s wereldwijd. De zwakke wereldeconomie op haar beurt kan weer leiden tot politieke instabiliteit.

De Aon analyse brengt ook goed nieuws. Voor het eerst in drie jaar is het zakendoen in sommige opkomende landen veiliger geworden. In 8 van de 162 onderzochte landen (China, Iran, Pakistan, Ethiopië, Servië, Jamaica, Nepal en Haïti) daalden risico’s zoals inmenging van de politiek in de economie, verstoring van de toeleveringsketen en problemen met betaling in harde valuta. In 4 gebieden (Kaapverdië, Micronesia, Filippijnen en Suriname) werd de situatie het afgelopen jaar echter minder veilig. De risico’s voor het internationale bedrijfsleven zijn het grootst in landen zoals Venezuela, Libië en Yemen. Maar ook landen als Kazachstan, Libanon, Madagaskar en zelfs Argentinië laten een zeer hoog risicoprofiel zien.

Aon’s Political Risk Map 2016 in beeld
Via onderstaande link krijgt u toegang tot de interactieve kaart die voor elke quotering een korte samenvatting geeft alsook een historiek die tot 19 jaar teruggaat.

Lage olieprijs zet betalingen onder druk
Olie-exporterende landen worden geconfronteerd met verminderde inkomsten door de lage olieprijs. Niet alleen zet dit hun betalingen onder druk. De landen van de Gulf Cooperation Council (GCC*) gaan op zoek naar geld om hun financieel stelsel te onderstutten en de regionale stabiliteit te behouden.

Zo heeft Saudi-Arabië recentelijk bij een aantal banken gevraagd in te schrijven op een vijfjarige lening voor een bedrag tussen 6 en 8 miljard dollar. Golfstaten investeerden in het verleden in tal van Europese holdings. Bijvoorbeeld bezit de Qatar Investment Authority 17% van de Volkswagen Group. Ook zijn er participaties in Merck Fink, Credit Suisse, Barclays, de Parijse Saint-Germain voetbalclub, Siemens, Solarworld, Royal Dutch Shell, Louis Vuitton, Tiffany’s, de LSE, Lagardère en Hochtief enz.

Het is niet ondenkbaar dat ze besluiten tot desinvestering om de lokale banken van de nodige liquiditeiten te voorzien, sjeiks hebben immers geen op traditie geschoeide banden met de bedrijven waarin ze beleggen.

“Het probleem van late betalingen onder druk van de dalende olieprijs doet zich niet alleen voor in deze regio”, zegt Bart Goossens, Chief Commercial Officer bij Aon Belgium. “Eerder was dit het geval in China, maar nu stellen we dit ook vast bij andere landen zoals Ecuador en Algerije”. Goossens adviseert bedrijven die zakendoen in deze landen om vooraf een duidelijke analyse te maken van wat men daar wil gaan doen. “Vooraf kritisch kijken naar waar je gaat investeren. Niet alleen het landenrisico, bijvoorbeeld in verband met onteigening, is van belang, maar ook de specifieke regio binnen het land. Culturele verschillen en onrust zijn een belangrijke veroorzakers van politieke onrust. Wanneer die zich tegen een bedrijf keert, dan kan de schade enorm zijn. Winstmarges kunnen soms aantrekkelijk zijn of lijken bij buitenlandse investeringen, maar daar staat vaak een verhoogd risico tegenover. Een inventarisatie vooraf van de soorten risico’s en de kans dat deze zich kunnen verwezenlijken is daarom cruciaal,” besluit Bart Goossens.

Afrika Sub-Sahara geconfronteerd met een grondstofprijzenschok
De Afrikaanse economieën worden getroffen door 3 met elkaar verbonden tegenslagen:

  • lagere grondstofprijzen
  • vertraagde Chinese economie
  • strengere en krappere financiële voorwaarden
Gezamenlijk hebben deze tegenvallers niet alleen geleid tot beperkte buitenlandse en binnenlandse investeringen maar ook tot achterstallige betalingen door de overheden. Verhoogde controles op kapitaaltransacties doen de wisselkoersrisico’s toenemen. Het nijpend tekort aan dollars doet deze situatie zeker geen goed.

In de meest ontwikkelde economie van de regio, met name Zuid-Afrika, blijft de economische situatie verslechteren. De slagkracht van de vakbonden en de versplintering van de politieke groeperingen leiden tot een grotere onzekerheid voor investeerders.

Oost-Afrikaanse staten profiteerden daarentegen van de lagere energie en voedselprijzen met een daling in wisselkoersrisico’s en politiek geweld tot gevolg.

Latijns America en de Caraïben: alleen maar verliezers?
Venezuela is waarschijnlijk de staat in deze regio die het eerst de betalingen zal staken. Er wordt immers verwacht dat de Venezolaanse economie in 2016 met 8% zal inkrimpen (10% in 2015). Het IMF voorspelt voor Venezuela ook een inflatie van 720% dit jaar. Prijsstijging en voedseltekorten zullen leiden tot meer burgerlijk protest.

De Braziliaanse economie wordt verwacht te krimpen met 3,5% dit jaar en kampt in de aanloop naar de Olympische Zomerspelen met de langste recessie sinds de jaren ’30 van de vorige eeuw. Een impasse tussen de politieke partijen leidt tot onduidelijkheid over het fiscale en economische beleid. Tegelijkertijd wordt het ondernemersklimaat bedreigd door de hoge werkloosheid en de dalende lonen.

Azië-Grote Stille Oceaan: een veerkrachtige economie maar toch nervositeit
De groei van het BNP van de opkomende Aziatische landen (met name de 10 ASEAN leden plus China en Indië) wordt verwacht de groei in andere regio’s op middellange termijn te overtreffen.

De verzwakte economische groei in de regio moedigt echter het nationalisme aan. De uitgaven voor veiligheid en defensie stijgen in landen zoals China, Indië, de Filipijnen en Vietnam.

Dit blijkt eveneens uit de beperkte escalaties waarvan de oorzaak ligt in de al lang bestaande territoriale disputen in de Oost- en Zuid-Chinese Zee.

In China namen de politieke risico’s af dankzij de maatregelen tegen de corruptie. De vraag is echter evenwel in hoeverre het nieuwe beleid ook effectief zal uitgevoerd worden .

Over Aon's Political Risk Map 2016
De Political Risk Map is gebaseerd op onderzoek van risicoadviseur en verzekeringsmakelaar Aon naar de politieke risico’s in 162 landen en gebieden. De kaart geeft een indicatie van de algemene politieke risico’s voor het internationale bedrijfsleven en van de risico's op een aantal specifieke terreinen:

  • problemen met betalingen in harde valuta,
  • de insolvabiliteit van de overheid,
  • inmenging van de politiek in de economie,
  • verstoring van de toeleveringsketen,
  • wet- en regelgeving,
  • politiek geweld,
  • het gemak van zakendoen,
  • de kwetsbaarheid van de financiële instellingen
  • en het vermogen van de overheid om fiscaal beleid te voeren.
Ieder land kreeg een waardering op een schaal die van ‘Laag’ via ‘Gemiddeld-laag’, ‘Gemiddeld’ en ‘Gemiddeld-hoog’ oploopt tot ‘Hoog’ en ‘Zeer hoog’.

Lidstaten van de Europese Unie en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) zijn op de kaart voor 2016 niet meegenomen.

De waarderingen voor de landen zijn tot stand gekomen op basis van een combinatie van analyses van Aon Risk Solutions en Roubini Global Economics, een onafhankelijk, wereldwijd opererend advies- en onderzoeksbureau.

* GCC: Samenwerkingsraad van de Arabische Golfstaten (Bahrein, Qatar, Koeweit, Oman, Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten)