Netherlands

Loading

Verzuim en arbeidsongeschiktheid: "Het boeit me niet, kun je het in Jip-en-Janneke-taal uitleggen?"

Blog

Voor veel ondernemers, P&O’ers, controllers en de rest van Nederland is de vakantie net voorbij. Voor mij en veel van mijn collega’s moet deze nog beginnen: wij zijn in deze zomerperiode namelijk druk bezig voor veel klanten om te analyseren of het eigenrisicodragerschap voor de Ziektewet en WGA voor hen een goede optie is, of dat de publieke verzekering bij het UWV voor hen het juiste alternatief is.

Het is ons werk, wij vinden het prachtig om te doen. Maar voor veel werkgevers, zowel in het MKB, grote bedrijven, als (semi-)publieke instellingen, krijg ik van de betrokkenen twee dingen terug: 'het boeit me niet' en 'kun je het Jip-en-Janneke-taal uitleggen?' En dat begrijp ik heel goed. Toch wil ik proberen uiteen te zetten waarom het wel boeiend is. En ik hoop dat ik dat voldoende in Jip-en-Janneke-taal kan doen. Een poging. Aan u het oordeel.

Wel wat anders te doen
Ondernemers willen zich vooral bezighouden met ondernemen. Ondernemerschap geeft al genoeg uitdagingen. Dat deze meer prioriteit hebben dan een relatief onbekend begrip als ‘eigenrisicodragerschap’, snap ik. Wat ik ook snap, is dat werkgevers het onderwerp niet ‘leuk’ vinden, maar zien als iets wat ‘moet’. Want intussen is bij elke werkgever, klein of groot, wel duidelijk dat langdurig verzuim veel geld kan kosten. Tel je alle kosten van verzuim en arbeidsongeschiktheid bij elkaar op, dan heb je het al gauw over 5 tot 10% van de salariskosten. Gemiddeld. Laat je het onderwerp liggen en verzuim op zijn beloop, dat kunnen de kosten nog veel hoger uitpakken. Dus het is niet leuk, kan veel kosten en dan hebben we in Nederland ook nog complexe wetgeving. Voor veel ondernemers verre van ideaal.

Jip-en-Janneke
Leuker kan ik het ook niet maken, misschien wel wat inzichtelijker. Een poging:

Wanneer een werknemer in vaste dienst ziek wordt, moet een werkgever het loon maximaal twee jaar doorbetalen. Dit is geregeld in de Verlenging Loondoorbetalingsverplichting bij Ziekte. Mocht de werknemer nog steeds ziek zijn na die twee jaar, dan wordt hij gekeurd door het UWV. Bepaalt het UWV dat hij 35 tot 80% arbeidsongeschikt is, of 80-100% ongeschikt mét kans op herstel binnen vijf jaar, dan krijgt hij recht op een WGA-uitkering. Deze wordt ook nog eens tien jaar lang aan de werkgever doorbelast. Omdat deze werknemer vanuit een contract voor onbepaalde tijd recht heeft gekregen op een WGA-uitkering, spreken wij van ‘WGA-vast’.

Maar sinds de invoering van de Wet Beperking Ziekteverzuim en Arbeidsongeschiktheid Vangnetters (BeZaVa), is de werkgever ook verantwoordelijk voor flexwerkers. Als een werknemer met een tijdelijk contract ziek uit dienst gaat, krijgt hij recht op een Ziektewetuitkering, die ook aan de werkgever wordt doorbelast. En ook hier geldt: mocht deze werknemer na twee jaar recht krijgen op een WGA-uitkering, dan wordt deze ook nog eens maximaal tien jaar aan de werkgever doorbelast. In deze situatie heeft de werknemer vanuit een flexibel contract recht gekregen op een WGA-uitkering, daarom spreken wij over ‘WGA-flex’.







Publieke verzekering UWV of eigenrisicodragerschap?
Voor werkgevers betekent deze wetgeving dat de risico’s en de schadelast van langdurig verzuim bij hen liggen. Hoe zij daarmee omgaan, verschilt. Er is geen algemene stelregel die voor alle werkgevers geldt.

Mijn ervaring is dat werkgevers enerzijds kostenbewust kiezen (‘wat is de premie bij de publieke verzekering en wat kost het eigenrisicodragerschap dan?’), maar ook steeds meer kijken naar tijd en moeite die het kost om eigenrisicodrager te zijn of blijven. Want ja: wanneer je als werkgever eigenrisicodrager wordt, neem je ook verplichtingen op je. En dat zijn niet altijd de leukste – zowel administratief als op het gebied van begeleiding van zieke of arbeidsongeschikte werknemers. Grote werkgevers hebben vaak nog wel de middelen om hiermee om te gaan en het eigenrisicodragerschap kan dan op korte termijn tot kostenbesparingen leiden. De keuze voor het UWV lijkt met name voor MKB’ers een logische: de premie is niet al te hoog (dus eigenrisicodragerschap levert vaak niet veel extra op), de administratieve verplichtingen zijn beperkt en het UWV neemt ook de begeleiding van de (ex-)werknemer over.

En toch hoor ik van ondernemers in het MKB dat zij ook eigenrisicodrager willen zijn, zolang ze er maar niet té veel omkijken naar hebben. Wat extra betalen voor een onafhankelijke private partij vinden zij ook geen probleem, want ze krijgen er wat voor terug: een partij die ze kunnen aanspreken op prestaties en één regisseur die verzuim, Ziektewet en WGA oppakt. Dus geen versnippering (met verlies van efficiency), minder contractpartijen en betere kwaliteit. En ook meteen onafhankelijk advies over welke financiële risico’s er overblijven die mogelijk verzekerd moeten worden – of juist niet. Want voorkomen is beter dan verzekeren. En dat doe je door al die andere, vaak leukere, HR onderwerpen goed te doen: juiste mensen aantrekken, ontwikkelmogelijkheden bieden, passende beloning geven, enzovoorts.

Toch mee aan de slag?
Vanaf 1 januari gaan er nieuwe wijzigingen in op het gebied van de WGA-verzekeringen. Dan wordt de WGA-vast en WGA-flex samengevoegd tot één risico. Dat heeft veel werkgevers er toe aangezet serieus naar het onderwerp te kijken – leuk of niet leuk. De verkeerde keuze kan namelijk een kostbare zijn. Vandaar dat ik en mijn collega’s deze vakantieperiode doorwerkten. Werkgevers helpen de materie te begrijpen en de juiste keuze te maken, daar krijg ik energie van. Daarom wacht ik nog wel even met vakantie.