Netherlands

Loading

Pensioendebat mist inhoud in verkiezingstijd

Wie had ooit gedacht dat peilingen meer media-aandacht krijgen dan het politieke debat zelf? Precies dat is de harde realiteit, zo’n maand voor de verkiezingen. Nadat onverwachte verkiezingsuitkomsten in het VK en Amerika de schijnwerper al op de peilingen hadden gezet, doet het eerste grote tv-debat in Nederland nog een duit in het zakje. Het Premiersdebat kan niet omgaan met onzekerheid. Daarmee struikelt het over zijn eigen regels en de kern van statistiek.

Traditioneel worden voor het Premiersdebat de leiders uitgenodigd van de vier partijen die het hoogst staan in de Peilingwijzer, een soort mixfonds van zes grote peilingen in de media. Omdat dit al jarenlang goed ging, leek er geen reden om regels op te stellen voor het geval zich ‘onverwachte gebeurtenissen’ voordoen. Dat gebrek aan regels wreekt zich dit jaar: achter de PVV en VVD zitten CDA, GroenLinks en D66 zo dicht op elkaar dat er statistisch gezien geen nummers 3 tot en met 5 kunnen worden aangewezen.

Beperkt geknal
Organisator RTL dacht met een communicatie-offensief alsnog uit te kunnen leggen dat een dergelijke fotofinish wél binnen de regels past en dat het debat dus met vijf deelnemers gehouden ging worden. Daar dachten de gedoodverfde nummers 1 en 2 echter anders over. Zij hebben andere belangen en menen vooral te profiteren van de media-aandacht die een boycot oplevert. Als reactie besloot RTL alsnog op 26 februari een debat te houden met vijf partijen; de ‘gedeelde nummers 3’ en de SP en PvdA die daarop volgen. Het argument van RTL is dat de kijkers zoekende zijn en actief om een debat vragen.

Van wat meer afstand kun je je ook afvragen of het gesprek tussen vijf gemiddelde meningen wel de titel van debat verdient. In elk geval is op basis van de pensioenstandpunten inhoudelijk weinig vuurwerk te verwachten. Groot is de kans dat het geknal beperkt blijft tot oneliners over de AOW. Misschien dat de SP nog iets roept over de rekenrente en indexatie.

Op zoek naar evenwicht
Het echte pensioendebat in Nederland kwam op gang door een onverwachte samenkomst van stijgende levensverwachtingen, tegenvallende rendementen en een lage rekenrente. Helaas werd de discussie die volgde op de Nationale Pensioendialoog, als een hete aardappel over de verkiezingen heen geduwd. Tot nu toe wordt de oplossing ook in het pensioendebat vooral gezocht in betere communicatie.

Het is te hopen dat het pensioendebat na de verkiezingen snel weer over de volle breedte wordt gevoerd. Daarbij dienen ook de meest afwijkende standpunten een podium te krijgen, van ‘stoppen met pensioen’ (VNL) tot ‘alles terug naar het oude’ (50+ en PVV). Een echt debat voer je immers pas als je naar de argumenten van mensen met een afwijkende meningen luistert. Hopelijk komen we zo tot een nieuw evenwicht dat oog heeft voor alle generaties. Iedereen zal immers een manier moeten vinden – ook ten aanzien van zijn pensioen – met statistische onzekerheid om te gaan.

In de Aon Verkiezingsmonitor heeft Aon de standpunten van de politieke partijen met betrekking tot pensioenen op een rij gezet.