Netherlands

Loading

NZa start onderzoek naar collectiviteiten

Hoeveel korting kan een werknemer gemiddeld op zijn basispremie krijgen als hij meedoet aan een zorgcollectiviteit? Steeds minder, blijkt uit cijfers van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Individueel verzekerden blijken steeds vaker te kiezen voor een verzekering met een lagere basispremie. De NZa stelt ook dat collectiviteiten voor ongelijkheid zorgen, omdat werkgeverscollectiviteiten het hoogste kortingspercentage bieden maar deze alleen toegankelijk zijn voor mensen met een baan. Onlangs kondigde de NZa daarom een onderzoek naar collectiviteiten aan.

Ook Aon signaleert dat verzekeraars steeds zuiniger met hun kortingen zijn geworden. Alleen bij werkgevers die zich echt sterk maken voor hun collectiviteit, kunnen werknemers soms nog hoge kortingen krijgen.

Hoe zit het ook alweer?
In de Zorgverzekeringswet is geregeld dat zorgverzekeraars maximaal 10% collectiviteitskorting op de basisverzekering mogen aanbieden. De precieze hoogte van de korting wordt in eerste instantie met werkgevers overeengekomen.

De collectiviteitskorting voor werkgevers is oorspronkelijk gebaseerd op het voordeel voor de verzekeraar om voor een grote groep deelnemers specifieke zorg in te kopen. In de praktijk blijkt dit echter maar een kleine rol te spelen.

Bij sommige verzekeraars is de hoogte van de korting wel afhankelijk van de vraag of de werkgever de premie incasseert en of hij deelname stimuleert door bijvoorbeeld een werkgeversbijdrage. Daardoor wordt de korting groter en neemt het gemiddelde prijsvoordeel toe. Uiteindelijk profiteren zowel verzekerden als verzekeraar daarvan

De collectiviteitskorting mag volgens de wet worden aangeboden aan “een andere rechtspersoon die de belangen van natuurlijke personen behartigt.” Deze ruime definitie maakt dat ook partijen zoals sportverenigingen, buurtsupers en loterijen voor de korting in aanmerking komen. We spreken dan van een ‘gelegenheidscollectiviteit’.


Gelegenheidscollectiviteiten als concurrent
Een doorn in het oog van werkgevers is de vaak erg lage premie van gelegenheidscollectiviteiten. Werknemers laten zich daar relatief gemakkelijk door verleiden, terwijl de regeling meestal een stuk soberder is dan een werkgeverscollectiviteit. Afspraken over inzet van de zorgverzekering bij re-integratieverplichtingen ontbreken bijvoorbeeld meestal, net als de expliciete, wederzijdse verantwoordelijkheid van werknemer en werkgever voor de inzetbaarheid op lange termijn. Onderzoek wijst uit dat 43% van de deelnemers aan collectiviteiten verzekerd is bij een gelegenheidscollectiviteit.

Bron: Marktscan van de Zorgverzekeringsmarkt 2015, NZa

Minister Schippers van VWS erkent het belang van arbeidsgerelateerde zorg en maakt zich dan ook sterk voor werkgeverscollectiviteiten. Ook het feit dat werkgevers fors meebetalen aan de kosten van de Zorgverzekeringswet, is voor de minister een argument.

Verbod gewenst
Het is afwachten waar het onderzoek van de NZa toe leidt. Feit is dat u uw medewerkers alleen kunt stimuleren om zich via uw collectiviteit te verzekeren – deelname afdwingen is niet mogelijk. Aon hoopt dan ook dat de NZa tot het advies komt om collectiviteitskorting alleen voor werkgevers en echte belangenorganisaties, zoals patiëntenverenigingen te behouden, zodat alleen werknemers en leden een aantrekkelijke premiekorting kunnen krijgen. Een verbod op gelegenheidscollectiviteiten zou wel eens de redding kunnen zijn voor uw collectiviteit.

Aon houdt het onderzoek van de NZa nauwlettend in de gaten en houdt u op de hoogte van de ontwikkelingen.