Netherlands
Aon | Sterftegrondslag nóg nauwkeuriger vaststellen? Gebruik de postcode!

Sterftegrondslag nóg nauwkeuriger vaststellen? Gebruik de postcode!

Het huidige debat over langlevenrisico gaat vaak over de onzekere toekomst. Net als in veel andere landen stijgt in Nederland de levensverwachting voor vrijwel alle generaties. Maar alleen de blik op de toekomst richten, is niet voldoende. Een minstens zo belangrijk element is de huidige fondsspecifieke sterfte. En dat wordt vaak vergeten.

Leidraad voor onderzoek
De invoering van de prognosetafel van het Actuarieel Genootschap heeft ertoe geleid dat veel pensioenfondsen onderzoek hebben gedaan naar ervaringssterfte binnen hun eigen fonds. In de meeste gevallen zijn op basis van die onderzoeken leeftijdsafhankelijke correctiefactoren vastgesteld. Deze worden gebruikt om de sterftekansen te corrigeren voor het verschil tussen de sterftekansen van de gehele bevolking ten opzichte van de fondsspecifieke sterfte.

Om een grondslag vast te stellen voor de berekening van de technische voorziening door pensioenfondsen, heeft De Nederlandsche Bank (DNB) op 14 september 2012 de Good Practice Gebruik Fondsspecifieke Ervaringssterfte uitgebracht. Deze leidraad bevat geen aanbevelingen die verplicht zijn. De leidraad geeft pensioenfondsen echter wel inzicht in wat de DNB globaal verwacht van onderzoeken en onderbouwingen van het vaststellen van de grondslag.

Sociaal-economische status weegt mee
Aon Hewitt heeft ook een statistisch model om sterftegrondslagen fondsspecifiek én objectief vast te stellen: het Longevity Model. Het sterke punt van dit model is dat – naast risicofactoren voor sterfte zoals leeftijd en geslacht – ook de impact die de sociaal-economische status van deelnemers heeft wordt meegenomen bij de berekening van de sterftekans. De sociaal-economische status van deelnemers wordt voor ieder individu bepaald aan de hand van de postcode (cijfers en letters) waar de deelnemer woont. Aan de hand van kennis over de specifieke plek in een wijk (sterk of zwak) is er ook kennis over de sociaal-economische positie van de inwoners. Verder wordt – als dat kan - ook de ervaringssterfte van het pensioenfonds geanalyseerd en meegenomen in de vaststelling van de sterftegrondslagen.

De sterftekarakteristieken van de sociaal-economische typen zijn vastgesteld aan de hand van een zeer grote database met historische sterftedata op individueel niveau, inclusief postcode. Zo kan een waardevol gekwantificeerd inzicht worden gegeven in de fondsspecifieke sterfte en de toekomstige verbetering van de overlevingskansen. Het grote voordeel: hiermee kan het fonds beter sturen op de beheersbaarheid van de risico’s.

Naar overzicht Connected › 

Contact

Deel deze pagina

Volg Aon Nederland