Netherlands

Vooruitblik: wat betaalt u in 2017 voor uw zorgverzekering?

 

Zorg is duur. Daarom legt het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) elk jaar opnieuw de financiering van de Zorgverzekeringswet onder de loep. Vaak leidt dat tot aanpassingen in de nominale premie, de inkomensafhankelijke bijdragen, het verplichte eigen risico en de eigen bijdragen. Wat kunt u voor 2017 verwachten?

1. De nominale premie

Wie betaalt: verzekerden
Wie ontvangt: zorgverzekeraars

 

De begroting van VWS geeft altijd een inschatting van de gemiddelde nominale premie. De afgelopen jaren schatte VWS dit bedrag steevast te hoog in. Zorgverzekeraars kochten de zorg goedkoper in dan verwacht en verzekeraars gebruikten eigen vermogen om de premies kunstmatig laag te houden.

Dit jaar lijkt het omgekeerde het geval: VWS verwacht voor 2017 dat de gemiddelde nominale premie voor het hele jaar met 42 euro stijgt. Die schatting lijkt optimistisch: het verzekeringspakket wordt uitgebreid, terwijl het verplichte eigen risico gelijk blijft. De werkelijke premiestijging – die wordt bepaald door de zorgverzekeraars – zal daardoor al snel hoger uitvallen. De eerste zorgverzekeraars hebben al laten weten de premie meer te moeten verhogen. Hieronder vindt u een overzicht van de vier grootste zorgverzekeraars van Nederland:

Klik hier voor een grotere versie

Een belangrijke factor voor de hoogte van de premie is de solvabiliteitseis aan verzekeraars. Die eis is sinds 1 januari 2016 fors strenger als gevolg van nieuwe Europese regelgeving. De overheid verwacht dat zorgverzekeraars hun solvabiliteitsreserve fors gaan afbouwen door dit geld in te zetten als premieverlaging. Het is de vraag in hoeverre zorgverzekeraars dat nog kunnen en willen doen. De eerste zorgverzekeraars zetten nog wel reserves in, maar minder dan VWS verwacht. In elk geval kunnen verzekeraars de premies binnenkort niet meer dempen doordat hun reserves richting de ondergrens van de solvabiliteitseisen zakken.

2. De inkomensafhankelijke bijdrage

Wie betaalt: werkgevers, zzp’ers en AOW’ers
Wie ontvangt: Belastingdienst

 

Werkgevers, zzp’ers en gepensioneerden betalen samen de inkomensafhankelijke bijdrage. Het gaat om een fors bedrag: van de ruim 47 miljard euro die in de Zorgverzekeringswet omgaat, wordt maar liefst de helft vanuit de inkomensafhankelijke bijdrage gefinancierd. Als in een bepaald jaar meer dan 50% vanuit de inkomensafhankelijke bijdrage wordt betaald, wordt dat het daaropvolgende jaar weer gecorrigeerd.

Het reguliere tarief voor de inkomensafhankelijke bijdrage daalt voor 2017 met 0,10% naar 6,65% van het bijdrageplichtig inkomen. Werkgevers gaan volgend jaar dus een lagere inkomensafhankelijke bijdrage betalen over het loon van hun werknemers. Dat is niet alleen goed nieuws: het betekent ook dat zij in 2016 opnieuw teveel aan de kosten van het zorgstelsel hebben bijgedragen. Ook voor zelfstandigen en gepensioneerden is er goed nieuws: hun inkomensafhankelijke bijdrage daalt van 5,50% naar 5,40%.

Hoewel u als werkgever fors meebetaalt aan de financiering van de Zorgverzekeringswet, zijn uw werknemers vrij om te bepalen waar zij zich voor zorg verzekeren. Het advies van Aon: regel een aantrekkelijke collectiviteit. Zorgcollectiviteiten staan weliswaar onder druk, maar minister Schippers heeft verzekeraars en werkgevers opgeroepen om samen meer zorginhoudelijke afspraken te maken binnen zorgcollectiviteiten. Aon kan u hierbij helpen.

3. Het verplichte eigen risico

Wie betaalt: verzekerden
Wie ontvangt: zorgverzekeraars

 

Het verplichte eigen risico blijft in 2017 gelijk aan dat in 2016, namelijk 385 euro per kalenderjaar. Dat is best bijzonder, want sinds de introductie van het eigen risico in 2008 is het eigen risico elk jaar met minstens 5 euro verhoogd. In 2016 was de stijging nog 10 euro, volgens VWS als gevolg van de jaarlijkse indexatie van de zorgkosten.

Naast het verplichte eigen risico kunnen verzekerden voor een vrijwillig eigen risico kiezen. Een populaire keuze is dat niet: slechts 12% van de verzekerden van 18 jaar en ouder koos er in 2016 voor. Toch stijgt dit percentage jaarlijks nog steeds licht. Mensen die voor een vrijwillig eigen risico kiezen, lijken bovendien van hun keuze overtuigd: zo’n 70% koos voor het maximale vrijwillige eigen risico van 500 euro. Uitgaande van dezelfde cijfers betalen deze verzekerden in 2017 de eerste 885 euro aan zorgkosten zelf.

Met een hoog vrijwillig eigen risico is niets mis als de verzekerde geld achter de hand heeft. Er is wel reden tot zorg als uw werknemer alleen op zijn premie wil besparen. Als hij of zij onverwacht hoge zorgkosten niet kan betalen, kunt u daar als werkgever last van krijgen. Maak het (vrijwillige) eigen risico daarom bespreekbaar binnen uw bedrijf.

4. De eigen bijdrage

Wie betaalt: verzekerde
Wie ontvangt: zorgverzekeraars

 

De Zorgverzekeringswet kent eigen bijdragen en maximale vergoedingen voor haarprothesen, lenzen en brillenglazen, orthopedische schoenen, kraamzorg en ziekenvervoer. De hoogte daarvan wordt jaarlijks aangepast op basis van indexatie.

Aanpassing eigen bijdragen gebitsprotheses
Voor gebitsprotheses gelden verschillende vormen van eigen bijdragen. Daardoor kon het gebeuren dat iemand voor een normale prothese een hogere eigen bijdrage betaalde dan voor een hoogwaardiger prothese. Voor 2017 is dat gecorrigeerd en gelden de volgende eigen bijdragen:

  • voor implantaat-gedragen prothese voor de onderkaak: eigen bijdrage van 10% van de kosten (was 125 euro);
  • voor een implantaat-gedragen prothese op de bovenkaak: eigen bijdrage van 8% van de kosten (was 125 euro);
  • voor de normale gebitsprothesen: eigen bijdrage van 25% van de kosten (blijft ongewijzigd).