Netherlands

Zorgkosten bedwingen: remgeld vs. eigen risico

 

Toegang tot zorg is belangrijk, maar zorg wordt ook steeds duurder. Daarom is er het eigen risico: een bedrag van enkele honderden euro’s dat mensen zelf betalen voordat hun zorgkosten worden vergoed. Het eigen risico is bedoeld om mensen bewust te maken van de kosten van zorg. Het moet ook voorkomen dat mensen voor elk pijntje een specialist raadplegen – dat zou de zorg onbetaalbaar maken. Zowel dit jaar als in 2017 is het verplichte eigen risico 385 euro per jaar.

Het verplichte eigen risico ligt de laatste tijd flink onder vuur. De hoogte van het bedrag zou tot zorgmijding leiden en daarmee tot langdurig verzuim. Dat zou tot nog hogere kosten leiden dan de besparing die het verplichte eigen risico oplevert.

Veel politieke partijen pleiten in hun verkiezingsprogramma voor een verlaging of zelfs afschaffing van het verplichte eigen risico. Dat lijkt geen oplossing: het Centraal Planbureau (CPB) heeft berekend dat het verplichte eigen risico juist fors omhoog moet om de zorgkosten in bedwang te houden. Ook voor een eerlijke verdeling van de zorgkosten tussen verschillende leeftijdsgroepen en inkomensklassen is het eigen risico nu juist te laag, volgens het CPB. Zijn er alternatieve mogelijkheden om onze zorgkosten onder controle te houden?

Remgelden als alternatief
Een mogelijke oplossing is het principe van ‘remgelden’: vaste kosten per behandeling tot een bepaald plafond, te betalen door de patiënt. Het voordeel van remgelden is dat mensen zich bewust blijven van zorgkosten, terwijl het verplichte eigen risico bij een ziekenhuisopname vaak al in één keer opgesoupeerd is. Dat is bijvoorbeeld al het geval bij een knieoperatie tijdens een dagbehandeling.

Minister Schippers heeft de Tweede Kamer laten weten dat zij het idee van remgelden interessant vindt. De constructie zou patiënten meer duidelijkheid geven. De toepassing van remgelden is overigens niet nieuw: in België wordt er al jaren mee gewerkt. In België wordt meestal gebruik gemaakt van een percentage van de behandelkosten en er geldt een maximumbedrag per jaar, afhankelijk van het gezinsinkomen. Complex is wel dat bepaalde categorieën mensen (vrijwel) van remgeld vrijgesteld zijn.

In Nederland zou het eenvoudiger kunnen. Zo zouden mensen met lagere inkomens (deels) voor eigen betalingen gecompenseerd kunnen worden door middel van de zorgtoeslag. Het plafond staat dan los van het (gezins)inkomen. Ook het gebruik van vaste bedragen in plaats van percentages – zoals in België – is stukken overzichtelijker. De tarieven van behandelingen kunnen immers flink per ziekenhuis en per verzekeraar verschillen.

Nadelen
Remgelden hebben ook nadelen. Zo levert het systeem voor zorgverzekeraars meer administratie en incassokosten op: voor elke voorgeschoten behandeling moeten verzekeraars kosten in rekening brengen – met het verplichte eigen risico gaat dat in praktijk vaak in één keer.

Daarnaast zal het remgeld per behandeling lager liggen dan het huidige verplichte eigen risico. Hierdoor zal er minder sprake zijn van een remmende werking op het gebruik van de zorg. Om dezelfde besparing aan zorgkosten te realiseren, zal de overheid het maximumbedrag aan remgeld dus een stuk hoger moeten leggen dan het huidige verplichte eigen risico. Daardoor worden mensen met een chronische aandoening juist zwaarder belast.

Tot slot prikkelt een vast bedrag per behandeling verzekerden minder om de tarieven van zorgverleners te vergelijken. Dat is anders als het remgeld een percentage van de kosten van de behandeling is. Vaste bedragen doen dus een deel van de marktwerking van het zorgstelsel teniet.

Betaalbaarheid zorg
Wat het nieuwe kabinet ook met het eigen risico doet, het is duidelijk dat de stijgende kosten van de gezondheidszorg om maatregelen vragen. Remgelden zijn een mogelijkheid, maar het is de vraag of het dé oplossing is. Het nieuwe kabinet doet er goed aan om een weldoordachte langetermijnoplossing te bedenken. Dat schept duidelijkheid voor iedereen, van verzekerde en zorgverlener tot zorgverzekeraar.