Netherlands

Korting op de basisverzekering: hoe lang is dat nog mogelijk?

 

Sinds een tijdje is er in politiek Den Haag een discussie losgebarsten over collectiviteitskorting. Verschillende partijen zien de toegevoegde waarde van zorgcollectiviteiten niet in en willen dat de mogelijkheid op collectiviteitskorting op de basisverzekering wordt opgeheven.

Stand van zaken
In het voorjaar heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) aan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) gevraagd om na te gaan hoe zorginhoudelijke afspraken opgenomen kunnen worden als onderdeel van een zorgcollectiviteit. De NZa heeft hier onderzoek naar gedaan en heeft met een aantal marktpartijen, waaronder Aon, om tafel gezeten om hierover te praten.

Half augustus 2017 heeft de NZa een conceptvoorstel gemaakt. Hierin worden criteria genoemd waar een collectiviteit aan zou moeten voldoen om voldoende zorginhoudelijke lading te hebben. Door de lange kabinetsformatie is het voorstel nog niet definitief geworden en is het nog niet naar de Tweede Kamer gestuurd.

Zorginhoudelijke criteria
Volgens het conceptvoorstel van de NZa zou een collectief zorgcontract aan de volgende voorwaarden moeten voldoen om korting op de basisverzekering te rechtvaardigen:

  1. De afspraak moet leiden tot een verlichting van de schadelast van de Zorgverzekeringswet (basisverzekering). Deze verlichting van de schadelast moet aannemelijk gemaakt kunnen worden.
  2. Er moet een relatie zijn tussen de populatie van de collectiviteit en de afspraak die gemaakt wordt.
Daarnaast geldt uiteraard dat afspraken die gaan over zaken die wettelijk verplicht (of juist verboden) zijn niet gelden voor het inhoudelijk laden van een collectiviteit. Denk hierbij aan afspraken over fysiotherapie voor bepaalde chronische aandoeningen die al worden vergoed vanuit de basisverzekering, of aan afspraken die ertoe leiden dat alleen interessante groepen verzekerden worden aangetrokken.

 

In de praktijk …
Het is knap dat het de NZa gelukt is om een soort kader te maken voor het toetsen van collectiviteiten op zorginhoudelijke criteria. Het is echter wel de vraag in hoeverre een en ander in de praktijk uitvoerbaar is.

Wie gaat bijvoorbeeld toetsen of de afspraken met de collectiviteit aan de criteria voldoen? De NZa heeft zelf al aangegeven geen capaciteit te hebben hiervoor.

Zorginhoudelijke afspraken
Als de beoordeling aan de markt zelf wordt overgelaten, is het wel van belang dat het kader nog verder wordt uitgewerkt. Dit om willekeur of wisselende meningen te voorkomen. Want is het bijvoorbeeld voldoende om extra fysiotherapie aan te bieden aan kantoorpersoneel? Je zou kunnen stellen dat dit voorkomt dat deze groep – door het zittende werk wat zij doen – rugklachten krijgen en gebruik moeten maken van medisch-specialistische hulp vanuit de basisverzekering.

Maar wat als u als werkgever nog veel productiepersoneel hebt rondlopen? Is een zorginhoudelijke afspraak over een deel van uw personeel dan voldoende om collectiviteitskorting voor de hele collectiviteit te legitimeren? En voor welk percentage van uw personeel moeten de zorginhoudelijke afspraken dan gelden?

Hoe nu verder?
Vooralsnog lijkt het erop dat de collectiviteitskorting op de basisverzekering – onder voorwaarden – blijft bestaan. Los van de voorgestelde criteria voor zorginhoudelijke lading van collectiviteiten en de praktische uitwerking daarvan, verwacht Aon dat er veel zal worden overgelaten aan het zelfregulerende vermogen van de markt. Mocht de markt binnen een paar jaar niet in staat blijken serieus om te gaan met zorgcollectiviteiten, dan zou er wel eens naar rigoureuzere maatregelen gegrepen kunnen worden. Zoals volledige afschaffing van de korting op de basisverzekeringen. En daarmee zouden werkgevers, die door middel van de inkomensafhankelijke bijdrage bijna de helft van de kosten van de Zorgverzekeringswet dragen, ernstig gedupeerd worden.

De mogelijkheid om invloed uit te oefenen op de gezondheid van uw werknemers is nu al vrij klein. Maar als, door opheffing van de collectiviteitskorting, ook nog uw zorgcollectiviteit vrijwel onmogelijk wordt gemaakt, verliest u een belangrijk instrument om iets voor de gezondheid van uw werknemers te betekenen.

Zorginhoudelijke lading van zorgcollectiviteiten
Collectiviteitskorting is bedoeld om voordelen die zorgverzekeraars halen op zorginkoop, of op administratieve processen bij zorgcollectiviteiten, terug te geven aan de deelnemers van die zorgcollectiviteit. Oneigenlijke zorgcollectiviteiten waar totaal geen zorginhoudelijke lading aan wordt gegeven, zijn een doorn in het oog en ondermijnen de collectiviteitsmarkt.

Juist doordat zorginhoudelijke afspraken bij dergelijke oneigenlijke contracten ontbreken, is de premiestelling vaak lager dan van een zorginhoudelijk geladen contract. Daardoor is een uitgeklede collectiviteit interessanter voor uw werknemers en kunt u uw zorgcollectiviteit als onderdeel van uw gezondheidsbeleid niet optimaal uitnutten. Aon is daarom een voorstander van zorginhoudelijke lading van zorgcollectiviteiten en het verbieden van oneigenlijke collectiviteiten.

Goed uitgangspunt, maar nog genoeg te doen
Aon ziet het concept van de NZa als een goed uitgangspunt, maar er moet nog wel heel erg veel aan uitgewerkt worden. Met name de praktische aspecten rondom de toetsing van de criteria is erg belangrijk om te voorkomen dat er willekeur ontstaat of blijft bestaan.

Het is de vraag wie voor deze uitwerking moet zorgen. Regelgeving moet vanuit de overheid komen, maar praktische invulling vanuit de markt. Zou het niet een mooie uitdaging voor marktpartijen zijn om de uitwerking samen met de NZa op te pakken? Aon zou hier in ieder geval graag aan mee willen werken! Met als uitgangspunt dat de collectiviteitskorting blijft bestaan voor zorgcollectiviteiten die écht zorginhoudelijk zijn geladen.

Zie ook deze blog voor meer achtergronden rond deze discussie..