Aon Netherlands
PrinsjesdagSpecial 2011

Inzicht in de gevolgen van Prinsjesdag 2011

  • De artikelen in deze editie:

    Health
    • Veranderingen in de zorgverzekeringswet
    • Wijzigingen in het basispakket

    Retirement
    • Vrijwillige voortzetting pensioenregeling door zzp'ers
    • Vervroegen ingangsdatum pensioenuitkeringen en samenloop met arbeidsinkomsten
    • Wat u niet leest in de begroting 2011 over het Pensioenakkoord

  • Veranderingen in de zorgverzekeringswet

    Het afgelopen decennium zijn de zorgkosten met zo'n 4 procent per jaar gestegen. Het einde is niet in zicht. In absolute termen: de zorguitgaven groeien deze kabinetsperiode (veruit) het meest van alle uitgavencategorieën. In de periode 2011-2015 zelfs met € 15 miljard.

    Zowel werkgevers als particuliere verzekerden hebben hiermee te maken. Zo is de werkgeversbijdrage het afgelopen jaar met maar liefst 10% gestegen. Een huishouden met een modaal inkomen geeft nu al meer dan een vijfde van zijn inkomen uit aan zorg. Zonder kostenbeheersende maatregelen loopt dit op tot bijna 40 procent in 2040, aldus de Miljoenennota.

    Om de negatieve gevolgen van de stijgende zorgkosten te beteugelen, heeft het kabinet maatregelen genomen die gericht zijn op een betere kostenbeheersing. Dit gebeurt onder andere met het verder doorzetten van de gereguleerde concurrentie in de curatieve zorg.

    De zorgtoeslag daalt in de periode 2011-2015 met € 1,3 miljard naar € 3,3 miljard. Voor de verzekerden snijdt het mes dus aan twee kanten: stijgende kosten dus hogere premies, en minder compensatie voor lagere inkomens.

    Wettelijke premies

    In onderstaande tabel worden cijfers over de inkomensafhankelijke bijdrage en de nominale premie weergegeven.

    Premieoverzicht 2012
      2012 2011 2010
    Wettelijk vastgestelde premies Zvw-verzekeringen:
    Inkomensafhankelijke bijdrage (normaal tarief) 7,10% 7,75% 7,05%
    Inkomensafhankelijke bijdrage (verlaagd tarief) 5,00% 5,65% 4,95%
    Nominale rekenpremie € 1.050 € 1.088 € 983
    Verplicht eigen risico € 220 € 170 € 165
    Maximum premieloon voor Zorgverzekeringswet € 49.297* € 33.427 € 33.189
     
    Gebaseerd op de berekeningen van het ministerie van VWS (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) voor verzekerden van 18 jaar of ouder gelden de volgende gemiddelden: 
    Nominale premie totaal (gemiddeld) € 1.222 € 1.211 € 1.107
    Eigen risico (gemiddeld) € 135 € 114 € 111
    Nominale premie + eigen risico (gemiddeld) € 1.357 € 1.325 € 1.218

    * maximum premieloon werknemersverzekeringen 2011

    Commentaar Aon

    De helft van de totale premielasten wordt door de werkgevers via de inkomensafhankelijke bijdrage vergoed. Deze bijdrage daalt van 7,75% in 2011 naar 7,1% in 2012. De belangrijkste oorzaak voor de mutatie van de inkomensafhankelijke bijdrage resulteert uit de wet uniformering loonbegrip. In het kader van die wet is besloten om de premiegrens van de inkomensafhankelijke bijdrage gelijk te stellen met de (fors hogere) premiegrens van de werknemersverzekeringen. In samenhang met de hogere premiegrens zijn de percentages verlaagd, zodat de macro-opbrengst niet verandert. Echter, dit betekent voor werkgevers met hoge lonen een enorme lastenverzwaring. Het maximum premiebedrag per werknemer stijgt namelijk met een kleine 40 procent!

    De verlaging van het percentage van de inkomensafhankelijke bijdrage betekent dan ook: geen lastenverlichting. Dit sterkt onze overtuiging dat werkgevers veelal nadrukkelijker dan nu, met de zorgverzekeraar om tafel moeten zitten om voordeel uit deze investering te halen.

    Het bedrag van het verplichte eigen risico wordt in 2012 met € 50 verhoogd naar € 220. De verwachting is dat de gemiddelde eigen betaling als gevolg van het eigen risico, in 2011 € 135 bedraagt. Dat was in 2010 € 114.

    Indien wij de premies 2012 vergelijken met de premies 2011, en de verwachte gemiddelde eigen betaling als gevolg van het eigen risico in 2012, dan is de gemiddelde nominale premiestijging in 2011 circa € 27.



    Wijzigingen in het basispakket

    Per 1 januari 2012 zullen de volgende wijzigingen in het basispakket worden doorgevoerd:
    • De vergoeding van programma's om te stoppen met roken worden uit het basispakket gehaald (zitten er pas per 1 januari 2011 in).
    • De maagzuurremmers zullen vanaf 2012 geen onderdeel meer uitmaken van het basispakket. Chronisch gebruik is uitgezonderd.
    • De eigen bijdrage per zitting eerstelijns psychologische zorg wordt verhoogd van € 10 naar € 20. Voor een behandeling via internet wordt een eigen bijdrage van € 50 per behandeltraject ingesteld.
    • Het aantal zittingen voor eerstelijns psychologische zorg dat vergoed wordt, wordt teruggebracht van 8 naar 5.
    • Voor tweedelijns geestelijke gezondheidszorg wordt een eigen bijdrage ingevoerd van € 100 bij een DBC (Diagnose Behandeling Combinatie) tot 100 minuten. Bij een DBC van meer dan 100 minuten een eigen bijdrage van € 200. Een verzekerde betaalt per kalenderjaar maximaal € 200 eigen bijdrage, exclusief eigen bijdrage in verband met verblijf.
    • Invoering van een eigen bijdrage van € 145 per maand bij intramurale zorg door een psychiater of een klinisch psycholoog.
    • De behandeling van aanpassingsstoornissen wordt uit het basispakket gehaald.
    • Het aantal behandelingen fysiotherapie en oefentherapie wat voor eigen rekening komt bij een chronische aandoening, wordt verhoogd van 15 naar 20 behandelingen.
    • De lijst met chronische aandoeningen die voor fysiotherapievergoeding vanuit de zorgverzekeringswet in aanmerking komen, is beperkter.
    • Dieetadvisering wordt uit het basispakket gehaald.

    Commentaar Aon

    De kosten voor zorg blijven jaarlijks stijgen. Zowel werkgevers als verzekerden hebben met deze stijgende kosten te maken. Wij zien een aanzienlijke verslechtering ten aanzien van vergoedingen voor arbeidsgerelateerde zorgelementen als fysiotherapie, eerstelijns psychologie, dieetadvisering en stoppen-met-rokenprogramma's. Tegelijkertijd worden er meer eigen bijdragen gevraagd. Werkgevers betalen 50 procent van de zorgkosten, maar krijgen hier in feite steeds minder voor terug. Aan de andere kant verplicht de overheid werkgevers wel om de kosten van de ongezonde levensstijl te dragen (twee jaar loondoorbetaling bij ziekte, 10 jaar financiële verantwoordelijkheid voor gedeeltelijk arbeidsongeschikte (ex)werknemers, volledige financiële verantwoordelijkheid voor volledig arbeidsongeschikte (ex)werknemers).

  • Vrijwillige voortzetting pensioenregeling door zzp'ers

    De Pensioenwet geeft zelfstandigen zonder personeel (zzp'ers) de mogelijkheid om de pensioenregeling van de oude werkgever maximaal tien jaar lang vrijwillig voort te zetten (artikel 54, lid 2). Probleem is echter dat de vrijwillige voortzetting slechts drie jaar fiscaal gefaciliteerd wordt, wat verdere pensioenopbouw vanaf het vierde jaar praktisch onbetaalbaar maakt. De Sociaal-Economische Raad heeft daarom in zijn ontwerpadvies betreffende de positie van zelfstandig ondernemers geadviseerd om vrijwillige voortzetting door zzp'ers voor de volle tien jaar fiscaal te faciliteren.

    In antwoord op Kamervragen over deze kwestie heeft de staatssecretaris van Financiën zich bereid verklaard de duur van de fiscale begeleiding te verlengen. Hij laat nog wel onderzoeken of het mogelijk is de pensioengrondslag na het derde jaar van de vrijwillige voortzetting te maximeren op het actuele inkomen. Met als bovengrens het salarisniveau bij uitdiensttreding. Het is de bedoeling dat vanaf 2012 gebruik kan worden gemaakt van de verruimde fiscale regels. De budgettaire dekking van deze maatregel wordt met het Belastingplan 2012 gerealiseerd. Door de nieuwe regeling loopt de overheid zo'n 15 miljoen euro aan inkomstenbelasting mis.

    Commentaar Aon 

    De pensioenproblemen van zzp'ers staan al geruime tijd op de politieke agenda. De bovenstaande aanpassing van de fiscale wetgeving levert slechts een zeer kleine bijdrage aan de oplossing daarvan. Immers, pensioenuitvoerders zijn niet verplicht om vrijwillige voortzetting van de pensioenregeling aan te bieden en bovendien zijn veel zzp'ers nooit in loondienst werkzaam geweest. Het wachten blijft op een structurele oplossing.

     

    Vervroegen ingangsdatum pensioenuitkeringen en samenloop met arbeidsinkomsten

    Door een besluit van de staatssecretaris van Financiën, dat per 7 september 2011 in werking is getreden, zijn de mogelijkheden om door te blijven werken na vervroegde pensionering verruimd. In de oude situatie mocht de reglementaire ingangsdatum van ouderdompensioen, vroegpensioen, tijdelijk overbruggingspensioen of prepensioen alleen worden vervroegd als de pensioengerechtigde in gelijke mate minder ging werken. Maatschappelijke ontwikkelingen zijn aanleiding geweest deze maatregel deels te herzien. Bij vervroeging zal voortaan niet meer worden getoetst of de economische activiteiten in evenredige mate worden verminderd. Mits het pensioen niet eerder ingaat dan bij bereiken van de 60-jarige leeftijd.

    Door de herziening verbeteren de mogelijkheden om (gedeeltelijk) vervroegde pensionering in combinatie met (gedeeltelijk) doorwerken flexibel in te vullen. Bovendien verminderen de geconstateerde uitvoeringslasten en wordt de arbeidsparticipatie van oudere werknemers gestimuleerd.

    Commentaar Aon

    Het kabinetsbeleid is erop gericht de arbeidsparticipatie van ouderen te stimuleren. Tegen die achtergrond moet ook het bovenstaande besluit worden gezien. De ruimere mogelijkheden met betrekking tot vervroegde pensionering, bieden volop kansen. Het is aan werkgevers en werknemers om die te benutten.

     

    Wat u niet leest in de begroting 2011 over het Pensioenakkoord

    De begroting 2011 is zoals u al eerder in deze special heeft kunnen lezen een voortborduren op het regeer- en gedoogakkoord.

    Aan de ontwikkelingen van het Pensioenakkoord wordt nauwelijks aandacht besteed. Wij zetten voor u de belangrijkste zaken op een rij:
    • het wetsvoorstel om de AOW leeftijd te verhogen naar 66 jaar per 2020 is reeds door minister Kamp ingediend;
    • sociale partners zijn het eens na de beperkte aanvullende toezeggingen van de minister van afgelopen week;
    • vakcentrale FNV blijft tot op het bot verdeeld over het Pensioenakkoord. FNV Bondgenoten en Abvakabo hebben aangekondigd een eigen koers te varen wat betreft het pensioenakkoord.

    De komende maanden zal de wetgeving rond AOW en de PensioenWet aangepast worden met als resultaat dat vanaf 2013 de nieuwe pensioenafspraken gaan gelden.

    Wilt u meer weten over de inhoud van het pensioenakkoord? Meld u aan voor ons webinar pensioenakkoord op maandag 26 september 2011 van 15:30 uur tot 16:30 uur middels het formulier rechts.

Contact

Aanmelden webinar pensioenakkoord

Eerdere edities

Deel dit artikel

Blijf op de hoogte