Netherlands

Dekkingsgraden pensioenfondsen stijgen verder

 

Rotterdam, 2 april 2024 - De dekkingsgraden van pensioenfondsen zijn in maart opnieuw gestegen. De aandelenrendementen waren zo goed dat, ondanks een gedaalde rente, de indicatieve* gemiddelde dekkingsgraad van de Nederlandse pensioenfondsen steeg naar 118%. De indicatieve beleidsdekkingsgraad, gebaseerd op de gemiddelde dekkingsgraad van de afgelopen twaalf maanden, stabiliseerde in maart op 118%.

Dat blijkt uit de Pensioenthermometer van Aon, wereldwijd dienstverlener op het gebied van risico-, pensioen- en gezondheidsoplossingen, die dagelijks de hoogte van de gemiddelde dekkingsgraad bijhoudt.

Aandelenmarkten stomen door
De aandelenmarkten behielden na de recordmaand van februari hun momentum en stegen verder door. Op de aandelenmarkten liepen beleggers vooruit op een verlaging van de beleidsrente van centrale banken. Hoewel de inflatiecijfers in Amerika de laatste maanden niet meer zo snel dalen, meldde de voorzitter van de Amerikaanse Federal Reserve, Jerome Powell, in het Amerikaanse Congres dat de inflatie weliswaar boven de doelstelling van 2% blijft, maar wel aanzienlijk is afgenomen. Powell zei dat de beleidsrente waarschijnlijk op zijn hoogtepunt is voor deze verkrappingscyclus. Toch was er af en toe twijfel over de snelheid waarin de rente verlaagd kan worden, omdat de Amerikaanse economie weinig teken van verzwakking toont. De groei in Europa is een stuk lager. Op beide continenten is nog wel sprake van een krappe arbeidsmarkt.
De Europese Centrale Bank (ECB) hield haar rentetarief ongewijzigd op een recordhoogte van 4,0% en verlaagde haar jaarlijkse inflatieprognose van 2,7% tot 2,3% in 2024. Deze daalt in 2025 en 2026 naar ongeveer 2%. De ECB is vastbesloten ervoor te zorgen dat de inflatie tijdig terugkeert naar zijn middellangetermijndoelstelling van 2%.

Gesteund door de lagere rente en dalende inflatieverwachtingen stegen de aandelen in maart met 3,3%. Aandelen van ontwikkelde markten namen met 3,4% toe en emerging markets aandelen met 2,7%. De vastrentende portefeuille steeg met 2,5%. Rentegevoelige lange obligaties stegen door de dalende rente. De meer risicovolle obligaties zijn wat minder gevoelig voor de rentedaling maar profiteerden van het goede sentiment. Bedrijfsobligaties stegen met 1,2%, high yield met 1,5% en emerging markets hard currency met 2,2%. Het totale rendement van de portefeuille steeg in maart met 3,2%.

Swaprente gedaald, verplichtingen gestegen en vermogen gestegen in maart
Per saldo daalde in maart de risicovrije rente over de eerste veertig jaar met gemiddeld 12 basispunten. De Ultimate Forward Rate (UFR), waarmee pensioenfondsen de waarde van hun toekomstige verplichtingen berekenen, kwam uit op 1,4%. Door de rentedaling nam de waarde van de verplichtingen toe met ruim 2%. Door de stijging van het vermogen in maart met ruim 3% steeg de indicatieve* dekkingsgraad per saldo met ongeveer 1%.

Puzzelstukjes worden langzamerhand gelegd
Nu de deadline voor de transitieplannen (1 januari 2025) en de implementatieplannen (1 juli 2025) steeds meer in zicht komt, wordt bij meer pensioenfondsen duidelijk waar men naartoe wil. Recent is een samenvatting van de transitieplannen die reeds zijn verschenen gepubliceerd. Hieruit blijkt dat er gemiddeld 3% van de dekkingsgraad wordt besteed aan compensatie en 4% aan de vorming van een solidariteitsreserve. Compensatie uit de dekkingsgraad ligt bij veel gepensioneerden gevoelig. "Wij begrijpen deze gevoeligheden, maar willen benadrukken dat er bij de overgang naar het nieuwe stelsel voor alle groepen wat in moet zitten. Uiteindelijk moet er sprake zijn van een evenwichtige overgang. Vergelijk het met het verdelen van een taart. De uitkomst hoeft niet per se te zijn dat iedere groep een even groot stuk krijgt, als iedere groep maar voldoende tevreden is met zijn of haar deel van de taart", zegt Frank Driessen, Director Wealth Solutions, Aon Nederland.

Politieke discussie
Ondertussen laait in het publieke debat de discussie op over het bieden van handelingsperspectief, zoals bijvoorbeeld de keuze voor een meer zekere stabiele uitkering, aan deelnemers. "Dat er nu nog zaken ter discussie staan is lastig", zegt Driessen. "De deadlines naderen met rasse schreden en de sector moet door met de voorbereidingen."

Deelnemers meenemen
Nu steeds meer helder wordt hoe de toekomstige regelingen eruit gaan zien verschuift de focus naar het meenemen van de deelnemers. Bonden zullen hun achterbannen raadplegen over de transitieplannen. Ook ondernemingsraden moeten werknemers meenemen. Op de eerste transitieplannen kunnen verenigingen van gepensioneerden of slapers hoorrecht uitoefenen. En als dat allemaal doorlopen is, moeten alle deelnemers geïnformeerd worden. Dat is een grote uitdaging bij deze complexe materie. "Wij adviseren voldoende tijd en aandacht te besteden aan communicatie op maat", zegt Driessen. "Het loont de moeite om het transitieplan om te zetten in een brochure op taalniveau B1 voor de deelnemers. Ook deelnemersbijeenkomsten, webinars en persoonlijke gesprekken zijn behulpzaam. Het is cruciaal om draagvlak voor de transitie te creëren", zegt Driessen.


* Aon houdt op dagbasis de dekkingsgraad bij van het geschatte gemiddelde Nederlandse pensioenfonds. Zowel de beleggingsrendementen als de rentetermijnstructuur worden op dagbasis aangepast aan de ontwikkelingen op de financiële markten. Ook geven wij de benodigde dekkingsgraad weer. Samen zegt dit iets over de kwaliteit van de financiële positie van het gemiddelde fonds. Dit geeft een goede indicatie van de ontwikkelingen bij de pensioenfondsen in Nederland. De samenstelling van de pensioenfondsen in Nederland is heel divers. Van hele grote fondsen als het ABP en Pensioenfonds Zorg en Welzijn tot kleine pensioenfondsen met soms maar enkele deelnemers. Aon heeft de samenstelling van het gemiddelde pensioenfonds gebaseerd op door De Nederlandsche Bank (DNB) en andere partijen gepubliceerde karakteristieken. Hier zit een vertraging in, omdat de statistieken altijd een maand achter lopen. De  gemiddelde dekkingsgraad van Aon betreft een inschatting van de gemiddelde dekkingsgraad van de Nederlandse pensioenfondsen. Wij gebruiken een prognosemodel. De werkelijke gemiddelde dekkingsgraad kan en zal afwijken van deze inschatting. Voor de werkelijke gemiddelde dekkingsgraad verwijzen wij naar de statistieken van DNB.