Netherlands

De mythen over Europese pensioenfondsen opgehelderd

 

Veel grote werkgevers en pensioenfondsbestuurders baseren hun beeld van een Europees pensioenfonds op vooroordelen, zo blijkt uit onderzoek van Aon. Ook in mijn dagelijkse praktijk hoor ik regelmatig dat de regelgeving in België te soepel zou zijn of het toezicht niet strikt genoeg. Wat ik ook vaak hoor: deelnemers zouden hogere risico’s lopen. En ook de mythe van de bijstortingsverplichting voor een werkgever blijkt hardnekkig. In deze serie korte blogs deel ik mijn ervaringen met de mythen rondom de Europese pensioenfondsen. En belangrijker: u leest hoe het werkelijk zit. In deze eerste blog: het deelnemersrisico.

IORP te snel van tafel geveegd
Als het over pensioenen gaat, waken ondernemingsraden en hun adviseurs– terecht – voor het belang van werknemers. Pensioen is immers een belangrijke arbeidsvoorwaarde en die kun je niet zomaar veranderen. Wat ik niet terecht vind, is dat ondernemingsraden en adviseurs bij hun afweging de optie van een Europees pensioenfonds – ook wel bekend onder de naam Institution for Occupational Retirement Provision (IORP)– al te snel van tafel vegen.

Als ik daarover verder met ze in gesprek ga, blijkt dat dit vooral is ingegeven door vooroordelen. Een Europese regeling zou alleen in het belang van de werkgever zijn, maar werknemers betalen er de prijs voor, is vaak de redenering. Die rekening bestaat dan uit hogere risico of meer onzekerheid over de pensioenuitkering. In werkelijkheid ligt dat een stuk genuanceerder.

Hoe het werkelijk zit
Aan beleggen kleven altijd risico’s. Ook als dat in Nederland gebeurt. Alleen het feit dat een fonds in België is ondergebracht, zegt op zich weinig over de risico’s voor deelnemers. De werkelijke risico’s hangen af van de keuze voor het type beleggingen. Die keuze is uiteindelijk aan de werkgever en deelnemer zelf en heeft niets te maken met het land waar een pensioenfonds gevestigd is.

Wel is het zo dat een Europees pensioenfonds dat gevestigd is in België, de Belgische financiële kaders moet volgen. En die zijn flexibeler dan in Nederland. Zo mogen pensioenfondsen in België rekenen met een verwacht rendement. Desalniettemin zijn ook de Belgische kaders heel prudent. Er gelden stringente regels. Bovendien: deze Europese pensioenfondsen vallen onder de Europese IORP-richtlijn, waar ook Nederlandse fondsen aan moeten voldoen. Kortom: het toezicht is wel degelijk veilig en betrouwbaar.

Een ander aspect aan de Belgische regels wat vaak onbekend is, is dat de werkgever verantwoordelijk blijft voor de gedane toezeggingen. Mochten er ondanks de stringente kaders onverhoopt toch ‘gaten’ ontstaan in het opgebouwde pensioenkapitaal, dan is de werkgever hiervoor eindverantwoordelijk. Gemaakte afspraken kunnen niet zomaar tussentijds worden gewijzigd. Dat betekent dat een werkgever bij een te lage dekkingsgraad zal bijstorten of een herstelplan moet hebben.

Europees pensioen niet altijd de beste keuze
Een Europees pensioenfonds is lang niet voor alle werkgevers of deelnemers de beste keuze. Maar het is zonde als werkgevers en ondernemingsraden op basis van emoties en aannames argwanend naar een IORP kijken. Het gaat erom dat er een goede afweging wordt gemaakt. En wat mij betreft is een Europese pensioenregeling dan een optie die het verkennen waard is. Maar wel met kennis van zaken.