Netherlands

Jaarruimte voor lijfrenteaftrek in 2015 opnieuw aangepast

 

De fiscaal maximale opbouwpercentages voor pensioenen zijn per 1 januari 2015 verder verlaagd, nadat ze in 2014 ook al waren verlaagd. Verder is de opbouw beperkt tot het inkomen van €100.000. De nieuwe verlaging heeft weer invloed op de aftrek van premies voor de lijfrenteverzekering als aanvulling op het pensioen. De formule voor het berekenen van de jaarruimte is aangepast. Wat betekent dit allemaal voor u? Aon zet het op een rij.

Als werknemer wilt u soms een fiscaalvriendelijke aanvulling op uw pensioen regelen. Bijvoorbeeld door premies te storten bij een verzekeraar voor een lijfrente, of via banksparen. Die premies kunt u aftrekken van de inkomstenbelasting. Maar de aftrek is alleen mogelijk als er sprake is van een jaarruimte en als u de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt. Een jaarruimte ontstaat als uw pensioenopbouw bij uw werkgever niet fiscaal maximaal is, of als u geen pensioen opbouwt, bijvoorbeeld als u zelfstandige bent. Maar hoe weet u wat uw jaarruimte is?

 

De A-factor
Hoeveel premie u jaarlijks fiscaalvriendelijk kunt storten voor een lijfrente hangt af van het pensioen dat u al heeft opgebouwd via de pensioenregeling van uw werkgever. Deze pensioenopbouw wordt weergegeven met de zogenaamde A-factor. Om de jaarruimte over 2015 vast te stellen, gebruiken we de A-factor over 2014. Deze A-factor is nog gebaseerd op de pensioenwetgeving zoals die in 2014 gold. Toen was er sprake van hogere opbouwpercentages dan in 2015. En in 2014 kon je nog pensioen opbouwen over een inkomen boven €100.000.

Correcties toepassen
Dat betekent dat de A-factor over 2014 vaak te hoog is, vergeleken met wat fiscaal is toegestaan aan pensioenopbouw in 2015. Staatssecretaris Wiebes van Financiën heeft daarom in het besluit van 17 december 2014 vastgelegd dat u op de A-factor over 2014 een correctie mag toepassen. Op de pensioenaangroei over 2014 mag u een vermindering toepassen van 37/40ste bij de vaststelling van de jaarruimte. Deze factor vervalt weer op 1 januari 2016. Verder zijn de tabellen aangepast die een pensioenuitvoerder moet toepassen bij vaststelling van de A-factor als er sprake is van een beschikbare premieregeling of een lagere pensioenleeftijd dan 67 jaar. Die laatste tabel wordt op 1 januari 2016 opnieuw gewijzigd.

Bereken uw jaarruimte voor 2015
Door de wijzigingen van de wetgeving is de formule om uw jaarruimte te bepalen ook aangepast. In 2015 berekent u uw jaarruimte als volgt:

jaarruimte = (0,138 x premiegrondslag ) – ( 6,5 x 37/40 x A ) – F

Hierin is F de opgevoerde fiscale oudedagsreserve, ofwel het deel van de winst dat een ondernemer jaarlijks mag reserveren als oudedagsvoorziening. A is de A-factor voor 2014 die uw pensioenuitvoerder opgeeft in het uniform pensioenoverzicht van 2015. Soms heeft uw pensioenfonds of verzekeraar hierbij al rekening gehouden met de factor 37/40ste. Dan kan deze factor in bovenstaande formule vervallen. De premiegrondslag is het deel van uw jaarsalaris waarop de lijfrenteaftrek en pensioenopbouw gebaseerd mag zijn. Die grondslag is beperkt tot het inkomen van €100.000.

Nettolijfrente over inkomen boven €100.000
Over een inkomen boven €100.000 kunt u vanaf 1 januari 2015 geen pensioen meer opbouwen. Het is wel mogelijk om een premie te storten voor de opbouw van een nettopensioen of een nettolijfrente. Het verschil met een regulier pensioen is dat u de premies betaalt uit het nettoloon in plaats van het brutoloon. Bij opbouw van nettolijfrente moet u rekening houden met de premie die in het voorafgaande jaar eventueel al voor nettopensioen is gestort.

Kanttekening van Aon
De wetgever heeft voor de overgangssituatie van 2014 naar 2015 een keuze gemaakt. In 2014 was het nog mogelijk om pensioen op te bouwen over een inkomen boven €100.000. Deze pensioenopbouw is dus ook opgenomen in de A-factor over 2014. Maar in de formule voor de jaarruimte over 2015 wordt deze pensioenopbouw niet uitgesloten. Daardoor kan de jaarruimte voor 2015 ten onrechte te veel beperkt worden. De premiegrondslag zelf moet voor 2015 namelijk wel beperkt worden tot het inkomen tot €100.000.

Aan de andere kant kon u in 2014 nog geen nettopensioen opbouwen. Bij een eventuele extra storting voor een nettolijfrente in 2015 kunt u dus nog geen rekening houden met storting voor een nettopensioen in 2014. Dat betekent dat u in 2015 zowel een volledige premie kunt storten voor een nettolijfrente als voor een volledig nettopensioen, als uw werkgever een regeling voor nettopensioen heeft getroffen.

Conclusie
Als u gebruik maakt van aftrek van lijfrentepremies voor aanvulling op pensioen is het goed om op de hoogte te zijn van de laatste stand van zaken. Net als voor 2014 is de wetgeving op dit punt voor 2015 aangepast. De pensioenaangroei in 2014 speelt hierbij een rol. Verder kunt u ook gebruik maken van de nettolijfrente als aanvulling op of bij het ontbreken van nettopensioen.

Om beter aan te sluiten op de overgangssituatie van 2014 naar 2015 had de belastingdienst misschien beter de keuze kunnen maken om de pensioenaangroei over 2014 te splitsen in een deel onder en een deel boven het inkomen van €100.000. Het deel tot €100.000 had dan meegenomen kunnen worden in de formule voor de jaarruimte. Het deel boven dit salaris kon verrekend worden met een eventuele storting voor een nettolijfrente in 2015.