Netherlands

Overstappen naar een APF niet altijd zaligmakend

 

Halverwege 2015 introduceerde de overheid een nieuw soort pensioenuitvoerder: het Algemeen PensioenFonds (APF). Dit pensioenfonds zou de oplossing moeten bieden voor problemen waar met name veel traditionele pensioenfondsen mee worstelen. De werking van het APF blijkt in de praktijk echter anders uit te pakken dan vooraf bedacht.

Voordat een pensioenfonds besluit zich aan te sluiten bij een APF, doen de bestuurders er dan ook verstandig aan alle consequenties goed te bestuderen en een adviseur met kennis van zaken het besluitvormingsproces te laten begeleiden. De werkgevers die overwegen om hun pensioenregeling bij een APF onder te brengen, moeten zich daar goed bij laten adviseren om misverstanden te voorkomen.

Waarom een APF?
Nederland kent drie soorten pensioenuitvoerders voor middelloonregelingen: bedrijfstakpensioenfondsen (BPF’en), ondernemingspensioenfondsen (OPF’en) en verzekeraars. Met name de OPF’en hebben het (op enkele grote na) de laatste jaren steeds moeilijker gekregen en worden zelfs in hun voortbestaan bedreigd. Dat komt vooral door de vele wetswijzigingen van de afgelopen jaren en de verzwaarde eisen die gesteld worden aan bestuurders van pensioenfondsen. Als gevolg van de toegenomen levensverwachting en de historisch lage rente worden verzekeraars de laatste jaren geconfronteerd met lage dekkingsgraden en steeds hogere kosten. Door de introductie van Solvency II moeten zij nu ook nog hogere buffers aanhouden voor hun lange termijn verplichtingen. Al met al zijn verzekeraars daardoor minder gretig geworden om opgebouwde pensioenen op te nemen in hun fonds. Daarom bedacht de overheid een ander vehikel waar OPF’en hun pensioen in kunnen onderbrengen: het Algemeen Pensioenfonds (APF).

Wat is het APF?
Het Algemeen Pensioenfonds is een pensioenfonds en valt dus onder de wet- en regelgeving voor pensioenfondsen. In die zin verandert er weinig voor OPF’en die zich aansluiten bij een APF. Het is vooral de bedoeling om in een APF schaalvoordeel te behalen en de governance te verlichten: er hoeft zogezegd geen eigen financiële inrichting meer draaiende gehouden te worden. Door de pensioenregelingen van verschillende ondernemingen door één organisatie te laten uitvoeren, worden de kosten significant lager en wordt de governance vakkundig beheerd. Binnen een APF kunnen de pensioenregelingen van verschillende ondernemingen uitgevoerd worden in één kring of ieder in een eigen kring. In een eigen kring is het verschil met de oorspronkelijke eigen OPF helemaal beperkt: het beleid kan vrijwel ongewijzigd worden voortgezet. In een zogeheten multi-client kring zal het beleid wel gewijzigd moeten worden. Het was dus de gedachte dat meerdere OPF’en elkaar zouden opzoeken en tezamen een eigen APF zouden oprichten. In de praktijk blijken grotere partijen die een vergunning voor een APF aanvragen bij DNB met veel lagere kosten te kunnen werken. Van de zeven aanvragen die ingediend zijn bij DNB voor het oprichten van een APF, zijn er zes van commerciële partijen: verzekeraars, administrateurs en beleggingsorganisaties. De oorspronkelijke intentie van het APF is dus verschoven.

Middelloonregeling wordt onverzekerbaar
Verzekeraars zijn minder happig geworden om pensioenen te verzekeren. Dat is het gevolg van de toegenomen levensverwachting, de historisch lage rente en de introductie van Solvency II. Verschillende verzekeraars bieden al geen offerte meer aan voor een middelloonregeling. De partijen die dat nog wel doen, vragen hoge premies. Veel ondernemingen hebben daarom hun pensioenregeling getransformeerd in een DC- (of beschikbare premie)regeling. Maar ook dat wordt steeds moeilijker. Door de huidige lage rentestand moet er een veel hoger kapitaal bijeen gespaard worden om op de pensioendatum tot hetzelfde pensioen te komen. Dit stuit op weerstand vanuit de medezeggenschap. Een betaalbaar alternatief voor een middelloonregeling is dus meer dan welkom.

Verzekeraars starten APF
Verzekeraars hebben dit onderkend en bieden hun klanten de mogelijkheid om hun pensioenverzekering te verlengen bij het APF dat zij zelf hebben opgericht. Dat brengt echter twee nadelen met zich mee. In de eerste plaats blijken de premies in zo’n APF in werkelijkheid niet substantieel lager te zijn dan voor een verzekering. Ten tweede is er geen garantie voor de verdere pensioenopbouw bij het APF, zoals die onder een verzekering wel gold. Een verzekeraar moet alle opgebouwde pensioenen uitkeren, ongeacht levensverwachting, rente en beleggingsrendement. Een APF heeft die verplichting niet: de regelgeving voor pensioenfondsen is immers van kracht. Als er een tekort optreedt, dan kunnen de opgebouwde pensioenen gekort worden. Een reëel risico, dat terdege meegenomen moet worden in de overwegingen.

Lastige keuzes
De keuze voor een OPF wordt nog ingewikkelder doordat de meeste APF’en meerdere multi-client kringen aanbieden. Het verschil kan de toeslagambitie zijn (25%, 50% of 75% van de prijsinflatie) of een focus op specifieke kenmerken: scherpe premie, stabiliteit of waardevastheid. En daarnaast heeft iedere kring uiteraard een eigen beleid wat betreft premiestelling, beleggingsbeleid, toeslagbeleid, etc. De APF’en hebben allen gekozen voor een verschillende aanpak en een verschillend beleid. Hierdoor is het moeilijk ze te vergelijken. Ondernemingen die overwegen over te stappen naar een APF, maar ook pensioenfondsen die zich nog slechts oriënteren op de toekomstmogelijkheden, doen er verstandig aan zich te laten begeleiden door een adviseur met kennis van zaken. Om ervoor te zorgen dat de keuze aansluit bij de wensen en om verrassingen te vermijden.