Netherlands

Collectiviteitskorting onder vuur!

 

Op 28 juni 2018 heeft minister Bruins van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) bekend gemaakt dat de maximale collectiviteitskorting op de basisverzekering, die op dit moment 10% bedraagt, wordt gehalveerd. Dat betekent dat er vanaf 1 januari 2020 (de beoogde ingangsdatum van de maatregel) nog maar maximaal 5% korting op de basisverzekering mag worden gegeven.

Volgens minister Bruins is er in de collectiviteiten sprake van een fictieve korting, omdat deze korting niet gebaseerd is op daadwerkelijk inkoopvoordeel. Naar het idee van Aon valt daar echter nog wel wat op af te dingen.

Wat is er aan de hand?
Volgens de huidige Zorgverzekeringswet mag een zorgverzekeraar op de premie van de basisverzekering maximaal 10% collectiviteitskorting geven. Veel verzekeraars hebben deze mogelijkheid ruim geïnterpreteerd: zowel de medewerkers van een grote internationale werkgever als de klanten van de buurtsuper konden deze collectiviteitskorting krijgen. Door deze willekeurige inzet van de collectiviteitskorting is twijfel ontstaan aan het nut van de regeling. Volgens de politiek is er bij veel collectiviteiten geen aantoonbare meerwaarde die de korting rechtvaardigt. Zorginhoudelijke afspraken zouden een verplicht onderdeel moeten zijn van zorgcollectiviteiten. De minister van VWS heeft in het voorjaar van 2017 aan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) gevraagd om hier onderzoek naar te doen. Eind 2017 heeft de NZa hier advies over gegeven. Zie deze blog voor meer informatie over dit advies.

Besluit minister
En nu heeft minister Bruins dus besloten om de Zorgverzekeringswet aan te passen. De maximale collectiviteitskorting die op de basisverzekering gegeven mag worden, wordt per 2020 gehalveerd: van 10% naar 5%. Volgens de minister moet een collectiviteit leiden tot een besparing op zorg. De minister schrijft: “In de praktijk blijkt van specifieke inkoop of zorginhoudelijke afspraken echter geen sprake. De korting die voor een collectiviteit wordt gegeven, wordt niet behaald door inkoopvoordeel, maar door een opslag op de oorspronkelijke premie.” Vandaar dat de minister de collectiviteitskorting op de basisverzekering wil halveren.

Veel collectiviteiten zijn wel zorginhoudelijk geladen
Het klopt dat er veel ‘oneigenlijke’ collectiviteiten zijn. Collectiviteiten waarvan de doelgroep zo gemêleerd is, dat er inderdaad geen gezondheidswinst te behalen is door het inzetten van bepaalde preventieve interventies. Voorbeelden hiervan zijn de klanten van een grote supermarktketen of de deelnemers aan een loterij. Maar er zijn ook veel collectiviteiten, met name werkgeverscollectiviteiten, die wel degelijk ‘zorginhoudelijk geladen’ zijn of kunnen worden. In die collectiviteiten kunnen bijvoorbeeld extra zorgverleners worden gecontracteerd die gespecialiseerd zijn in bepaalde specifieke beroepsziekten die bij die werkgever of in die branche vaak voorkomen. Of collectiviteiten met extra aandacht voor leefstijlproblemen die binnen die doelgroep veel voorkomen, zoals roken, verslaving of te weinig beweging. Of collectiviteiten die zich richten op specifieke doelgroepen en voor die doelgroep relevante extra zorg meeverzekeren. De bewering van de minister dat er helemaal geen sprake is van specifieke zorginkoop of zorginhoudelijke afspraken is dan ook veel te kort door de bocht.

Tunnelvisie?
Daarnaast lijkt het ministerie van VWS wat last van tunnelvisie te hebben, ongetwijfeld als gevolg van ons politieke systeem. Bij de constatering dat er geen sprake zou zijn van zorginhoudelijke afspraken, wordt alleen gekeken naar zorginkoop op de basisverzekering. Omdat dat pakket echter wettelijk wordt vastgesteld, is daarin weinig ruimte om specifieke zorg in te kopen voor specifieke contracten. Veel zorgcollectiviteiten, met name voor werkgevers, bevatten afspraken die veel breder zijn. De besparingen die uit dergelijke afspraken komen, zijn niet gekoppeld aan de basisverzekering en vallen daardoor buiten de scope van het ministerie van VWS. Zo wordt er bijvoorbeeld gekeken naar het welzijn en de duurzame inzetbaarheid van werknemers, naar verzuimreductie en beperking van arbeidsongeschiktheid. Ook sociale thema’s zoals hulp bij financiële problemen en extra druk door mantelzorg komen regelmatig terug in afspraken tussen collectiviteiten en zorgverzekeraars.

Lastige opdracht
Minister Bruins schrijft aan de Tweede Kamer dat hij verwacht dat marktpartijen alsnog bestaande collectiviteiten zorginhoudelijk gaan laden. Hij kondigt aan dat er eind 2020 opnieuw een onderzoek komt naar de mate waarin de markt daarin geslaagd is. Blijkt dat dan onvoldoende te zijn gebeurd, dan wordt zelfs ook de laatste 5% collectiviteitskorting op de basisverzekering geschrapt. Het is echter zeer de vraag of een termijn tot eind 2020 realistisch is. Het serieus onderzoeken naar hoe een contract geladen kan worden, is niet iets wat op een vrijdagmiddag geregeld kan worden. Bovendien laat minister Bruins open wat precies moet worden verstaan onder ‘zorginhoudelijk laden’. Van het advies dat de NZa hierover heeft gegeven, is vrijwel niets terug te vinden, behalve de mededeling dat de NZa heeft ‘laten zien dat het niet eenvoudig is om hier vooruitgang te ontwikkelen.’

Toch proberen
Kijkend naar de termijn en de veel te beperkte scope van VWS is het zeer twijfelachtig of de inspanningen van goedwillende marktpartijen om collectiviteiten zorginhoudelijk te laden eind 2020 gewaardeerd zullen worden. Dat wil overigens niet zeggen dat marktpartijen zich hier niet voor moeten inzetten. Als de collectiviteitskorting op enig moment eventueel helemaal wordt afgeschaft, moet dat een politieke beslissing zijn en geen maatregel die de markt over zichzelf heeft afgeroepen!

Maak onderscheid
De halvering van de collectiviteitskorting maakt het prijsverschil tussen verschillende basisverzekeringen nog kleiner dan het al is. Omdat veel mensen vooral op prijs kiezen, kan deze maatregel ertoe leiden dat meer mensen zich aansluiten bij internetverzekeraars die collectiviteiten helemaal niet zorginhoudelijk laden. Voor werkgevers en andere partijen die wel zorginhoudelijk geladen collectiviteiten afsluiten, wordt het dan lastiger om mensen te stimuleren deel te nemen. Gelukkig hebben collectiviteiten echter meer mogelijkheden om voordelen te bieden dan alleen de collectiviteitskorting op de basisverzekering. Juist als de prijsverschillen kleiner worden, zal de consument ook naar andere aspecten gaan kijken. Het is dan ook zaak om de collectiviteit met nog meer toegevoegde waarde te laden die de doelgroep aanspreekt. En daarnaast kan er op de aanvullende pakketten altijd nog wel aantrekkelijke korting worden geboden. De maatregel is dus absoluut niet het einde van collectiviteiten. Marktpartijen doen er goed aan het als een signaal te zien om meer onderscheidend te werk te gaan.

Mening Aon
Aon vindt de collectiviteitskorting een belangrijk middel om mensen te stimuleren deel te nemen aan een zorgcollectiviteit. We zijn het met de minister eens dat het wel moet gaan om een collectiviteit die iets toevoegt en dat er geen korting verleend moet worden die nergens op gebaseerd is. Aon had het dan ook veel logischer gevonden als er concrete maatregelen zouden zijn genomen om de collectiviteitkorting afhankelijk te stellen van het al dan niet zorginhoudelijk laden van collectiviteiten. Het halveren van de collectiviteitskorting lost in feite niets op en heeft veel weg van symboolpolitiek.

Daarnaast blijft het jammer dat er niet breder wordt gekeken naar het volledige veld van duurzame inzetbaarheid, werken en arbeidsongeschiktheid. Van veel preventieve maatregelen die positieve effecten hebben op de arbeidsproductiviteit en het voorkomen van arbeidsongeschiktheid, is moeilijk een direct verband aan te tonen met beperking van kosten van de Zorgverzekeringswet. Maar de B.V. Nederland wordt er wel gezonder door. Omdat het ministerie van VWS zich alleen focust op de kosten uit de basisverzekering wordt er een enorme kans gemist op breder synergievoordeel die op termijn ook zeker zou leiden tot besparing van zorgkosten. Deze nauwe blik doet geen recht aan alle extra afspraken en verstrekkingen die in aanvullende pakketten zijn geregeld.

Tegelijkertijd biedt de maatregel wel nieuwe uitdagingen. Hoe kunnen wij u helpen uw collectiviteit nog beter zorginhoudelijk te laden en onder de aandacht van uw werknemers of leden te brengen? Wij gaan hierover graag in gesprek met u en uw zorgverzekeraar!