Nederlands | Français Belgium

Stijging wettelijk pensioenplafond - positief of negatief?

 

Iedereen die als werknemer is onderworpen aan de Belgische sociale zekerheid, bouwt in principe per gewerkt jaar een deeltje van zijn later Belgisch wettelijk pensioen als werknemer op (1/45e).

De berekening van dit wettelijk pensioen gebeurt volgens een specifieke formule die gebaseerd is op basis van het loon dat u tijdens uw gewerkte jaren (m.a.w. uw loopbaan) heeft verdiend - en waarop sociale bijdragen werden betaald. Het in aanmerking te nemen loon voor de berekening van uw wettelijk pensioen wordt echter niet integraal in rekening gebracht, maar is daarentegen begrensd tot een bepaald bedrag; het zogenaamde “wettelijk pensioenplafond”.

Ook op het vlak van de aanvullende pensioenen (2de pijler, i.e. opbouw via groepsverzekering of pensioenfonds) houdt men vaak rekening met dit wettelijk pensioenplafond. De pensioenreglementen van deze regelingen definiëren namelijk steeds de te storten bijdragen. Het is een veel voorkomende praktijk dat de hoogte van deze bijdragen dan wordt bepaald door op één of andere manier rekening te houden met dit wettelijk pensioenplafond.

Zo is het gebruikelijk dat een werkgever het pensioenbudget afhankelijk maakt van het feit of het bedrag aan salaris meer of minder dan het wettelijk pensioenplafond bedraagt.

Wet van 15 juni 2021 en KB 29 augustus 2021: wijziging van het Koninklijk Besluit nr. 50 van 24 oktober 1967
Het is de bedoeling van de regering De Croo om het wettelijk minimumpensioen voor een volledige loopbaan tegen 2024 te verhogen tot netto 1.500 EUR. Deze ambitie staat ook met zoveel woorden in het regeerakkoord.

Dit verhoogde wettelijk minimum pensioen is belangrijk om de armoede bij ouderen te bestrijden en om hun koopkracht te behouden.

In het kader van deze doelstelling gaat men onder andere het wettelijk pensioenplafond geleidelijk aan verhogen. Een verhoging van het wettelijk pensioenplafond betekent immers dat men (potentieel, want afhankelijk van het reële loon van elk individu) op een groter gedeelte van zijn salaris wettelijke pensioenrechten zal opbouwen. Het wettelijk pensioenplafond is opgenomen en gedefinieerd in het Koninklijk Besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 (“K.B. nr. 50”). De verhoging van het wettelijk pensioenplafond betekent dan ook een aanpassing van dit K.B. nr. 50. Deze aanpassing werd recent doorgevoerd met de Wet van 15 juni 2021 en het K.B. van 29 augustus 2021.

De verhogingen van dit plafond, zoals voorzien door voormelde regelgeving, vallen veel groter uit dan degene die we tot op heden gekend hebben. Zo zal het wettelijk pensioenplafond, dat momenteel 60.026,75 EUR bedraagt, tegen 2024 maar liefst gestegen zijn met 12%. Hieronder de tabel met de voorgenomen stijgingen van het wettelijk pensioenplafond voor de komende jaren.

Wettelijk pensioenplafond 2021-2024
2021 62.684,50 EUR
2022 64.176,39 EUR
2023 65.705,90 EUR
2024 67.266,74 EUR

Deze bedragen zijn nog onderworpen aan toekomstige indexaties.

Gevolgen voor het aanvullend pensioen?
Bovenstaande stijging van het wettelijk pensioenplafond zal echter ook een impact hebben op de aanvullende pensioenen, gelet op de hierboven geschetste praktijk om in het pensioenreglement op een bepaalde manier te gaan rekening houden met dit wettelijk pensioenplafond. 

Zo kunnen we geconfronteerd worden met volgende situaties indien de toekomstige salarisverhogingen van de werknemers de stijgende evolutie van het wettelijk pensioenplafond niet volgen. Het mogelijk effect hangt af van het type aanvullend pensioenplan waartoe men behoort.

  • Bij Defined Contribution of Vaste Bijdragen plannen waarbij rekening gehouden wordt met het wettelijk pensioenplafond voor het bepalen van het budget dat besteed wordt aan de opbouw van een aanvullend pensioen: indien de salarissen niet evenredig toenemen met de stijging van het wettelijk pensioenplafond, zal dit leiden tot een lager budget voor opbouw aanvullend pensioen, hetgeen op zijn beurt uiteraard zal resulteren in een lager pensioenkapitaal op einddatum. 
  • Bij Defined Benefit of Te Bereiken Doel plannen waarbij rekening gehouden wordt met het wettelijk pensioenplafond, zal het pensioenkapitaal op einddatum kleiner worden. De kost voor de werkgever verlaagt dus, want er moet minder aanvullend pensioenkapitaal opgebouwd worden.

Fiscaal: berekening van de 80% regel
Ook op fiscaal vlak heeft de stijging van het wettelijk pensioenplafond mogelijks onvermoede gevolgen. De som van het wettelijk pensioen en een in een aanvullend pensioenplan opgebouwd aanvullend pensioen (wettelijk + aanvullend in 2de pijler) mag fiscaal gezien immers nooit meer bedragen dan 80% van de bruto jaarbezoldiging van het laatste jaar van normale activiteit. In deze formule wordt praktisch dus 80% van de huidige bruto bezoldiging genomen, waarvan het geschat wettelijk pensioen wordt afgetrokken. Dit resultaat wordt dan vermenigvuldigd met het gedeelte van de in aanmerking genomen loopbaan. Voor de goede orde geven we nog mee dat men als laatste stap de bekomen rente nog omzet naar een kapitaal, teneinde een vergelijkbare basis te bekomen – de overgrote meerderheid van de aanvullende pensioenplannen worden immers uitgekeerd in de vorm van een kapitaal. Aangezien het bedrag van in mindering te nemen wettelijk pensioen in bovenstaande formule hoger wordt, zal het bedrag aan aanvullend pensioenkapitaal dat binnen deze 80% regel valt, en dat dus fiscaal vriendelijk kan opgebouwd worden, lager uitvallen.

Actuariële berekeningen
De stijging van het wettelijk pensioenplafond zal ten laatste ook een impact hebben op de actuariële evaluaties. Het verwacht pensioenkapitaal op eindleeftijd gaat door de stijging namelijk kleiner zijn dan het oorspronkelijk berekende bedrag aan pensioenkapitaal. Hierdoor zal de internationale boekhoudverplichting gekend onder de term “IAS19 verplichting” dalen. Dit betekent op dit vlak dus een besparing voor de werkgever. 

Mogelijke oplossingen:
Indien gewenst zijn er verschillende opties voorhanden die de mogelijks als ongewenst ervaren invloed van het sterk stijgende wettelijk pensioenplafond op de aanvullende pensioenen – i.e. een verlaging van het opgebouwde aanvullend pensioen - enigszins kunnen opvangen, zoals het invoeren van een eigen ondernemingsplafond of forfaitair plafond in de plaats van het wettelijk pensioenplafond te gebruiken, los van het wettelijk pensioenplafond dus, dat dan bijvoorbeeld ook jaarlijks geïndexeerd kan worden.

Bij eventuele planwijzigingen dient uiteraard rekening gehouden te worden met de geldende regels van het eenheidsstatuut.

Formaliteiten
Elke (reglements)wijziging van een aanvullend pensioenplan dat is onderworpen aan de Wet Aanvullende Pensioenen (“WAP”) dient te gebeuren rekening houdend met de procedures voorzien door deze wet. In dergelijke procedures kan men steeds 3 fases onderscheiden in de onderneming:

  • Voorafgaandelijke adviesprocedure: voorafgaande melding en vraag tot advies aan de sociale organen (i.e. ondernemingsraad, Comité ter Preventie en Bescherming op het Werk of vakbondsafvaardiging), of individueel aan uw werknemers indien geen sociale organen aanwezig;
  • Beslissingsprocedure: de wijzigingsbeslissing zelf tot aanpassing van het reglement dient ofwel per CAO, ofwel via de procedure wijziging arbeidsreglement ofwel met individueel akkoord van de aangeslotenen te worden genomen door de werkgever (inrichter);
  • Communicatieprocedure naar de aangeslotenen inzake genomen beslissing. Deze loopt in vele gevallen grotendeels parallel met de eigenlijke beslissingsprocedure, maar is belangrijk om ervoor te zorgen dat de aangeslotenen volledige en accurate informatie over hun aanvullend pensioenplan krijgen.

Conclusie
Het wettelijk pensioenplafond voor werknemers wordt door recente regelgeving substantieel verhoogd in de komende jaren. 

De verhoging van dit wettelijk pensioenplafond heeft in een aantal gevallen echter ook gevolgen voor het bedrag aan op te bouwen aanvullend pensioenkapitaal. 

Het verband tussen beide is als twee communicerende vaten: door het feit dat er meer wettelijke pensioenrechten worden opgebouwd, zal er slechts een lagere aanvullende pensioenopbouw mogelijk zijn.  

Mogelijk wordt dit effect als ongewenst ervaren. Contacteer daarom in dat geval steeds uw accountmanager die u hierbij de nodige informatie zal bezorgen en u verder zal begeleiden bij het proces indien u overweegt om maatregelen te nemen.