Netherlands

Wet toekomst pensioenen en afschaffing doorsneepremie

 

26 juli 2021

Zoals al was aangekondigd in het pensioenakkoord gaat de financiering van pensioenregelingen wijzigen. In het consultatiewetsvoorstel “Wet toekomst pensioenen” is dit nader uitgewerkt. Een belangrijk onderdeel is dat de doorsneepremie wordt afgeschaft. Wat betekent dit?

De doorsneepremie is een gelijk premiepercentage voor alle deelnemers met een gelijke pensioenopbouw. Door het hanteren van een doorsneepremie betaalt de werkgever voor elke deelnemer, ongeacht geslacht, leeftijd, burgerlijke staat of gezondheid dezelfde premie. In het nieuwe regime mogen pensioenfondsen geen doorsneepremie meer hanteren. De premie is gelijk voor iedereen maar de opbouw is niet langer gelijk maar wordt degressief (dalend) naarmate de deelnemer ouder wordt.

In het nieuwe pensioenstelsel is opgenomen dat de pensioenpremie leeftijdsonafhankelijk wordt. De min of meer harde toezegging over de toekomstige levenslange pensioenuitkering wordt losgelaten en de doorsneesystematiek verdwijnt.

De beschikbare premieregeling wordt het uitgangspunt met een premie die voor elke deelnemer, ongeacht de leeftijd, gelijk is. We noemen dit de vlakke premie. Deze nieuwe wijze van premieberekening raakt alle pensioenregelingen, zowel middelloon- en eindloonregelingen (DB) als beschikbare premieregelingen (DC). Middelloon- en eindloonregelingen met de toekenning van (min of meer harde) aanspraken zijn straks niet meer toegestaan. Alle regelingen moeten voor 1 januari 2027 zijn aangepast aan de nieuwe wetgeving.

Er komt een maximaal fiscaal toegestane pensioenpremie. De hoogte van deze vlakke premie bedraagt 30%. Tot waarschijnlijk 1 januari 2037 mag de premiegrens worden verhoogd van 30% naar 33%. Deze extra premieruimte is bedoeld om de compensatie van de transitie te financieren. Deze premie is leeftijdsonafhankelijk, dus voor alle leeftijden hetzelfde percentage.

Wat betekent dit voor pensioenfondsen?

Voor bedrijfstakpensioenfondsen en beroepspensioenfondsen vervalt de wettelijk verplichting om een doorsneepremie te hanteren. Ook voor ondernemingspensioenfondsen en Algemene Pensioenfondsen (APF) is een doorsneepremie niet langer toegestaan.

Wijzigingen in de DB-regeling
Bij veruit de meeste pensioenfondsen wordt nu pensioen opgebouwd in een middelloonregeling op basis van een doorsneepremie. Dit betekent dat voor iedere deelnemer bij hetzelfde salaris, een gelijke premie betaald wordt en deze deelnemers een jaarlijks gelijke pensioenopbouw ontvangen. Dit gaat wijzigen.

In de toekomst komt er opbouw in een premieregeling met een vlakke premie die voor jong en oud gelijk is en tot een pensioenvermogen gaat leiden. Jongeren kunnen, door een langere beleggingshorizon, meer pensioen opbouwen dan ouderen bij een gelijke vlakke premie. De vlakke premie lijkt dus op een doorsneepremie (bij een gelijk salaris heb je een gelijke premie-inleg) maar is het niet. In een DB-regeling kreeg de deelnemer daar min of meer een harde pensioenaanspraak voor terug; in het nieuwe systeem bouwt de deelnemer een pensioenvermogen op. Op pensioendatum koopt de deelnemer met het opgebouwde vermogen een pensioen aan. Hoe hoog dat pensioen is, is mede afhankelijk van de hoogte van het vermogen, de rentestand en de inkooptarieven op het moment van inkoop.

Wijzigingen in de DC-regeling
Er zijn pensioenfondsen die (ook) een DC-regeling uitvoeren. Deze DC-regeling zullen veelal een premiestaffel hebben die oploopt naarmate een deelnemer ouder is. Ook deze DC-regelingen moeten worden aangepast. Hiervoor geldt hetzelfde overgangsrecht als voor verzekerde pensioenregelingen. Voor de huidige deelnemers mag de huidige pensioenregeling in stand blijven. Nieuwe deelnemers gaan pensioen opbouwen in een pensioenregeling met een gelijke premiestaffel. Voor meer achtergrond lees verder onder het kopje “Wijzigingen in verzekerde DC-regeling”.

Wat betekent dit voor de verzekerde regelingen?

We spreken in de praktijk van een verzekerde pensioenregeling als een werkgever de pensioenregeling heeft ondergebracht bij een verzekeraar of een premiepensioenInstelling (PPI). Dit kan een middelloon- of eindloonregeling (DB-regeling) zijn of een beschikbare premieregeling (DC-regeling). Bij PPI’s kunnen uitsluitend DC-regelingen worden ondergebracht.

Wijzigingen in verzekerde DB-regeling
Voor DB-regelingen die zijn ondergebracht bij een verzekeraar betaalt de werkgever nu voor iedere deelnemer een leeftijdsafhankelijke pensioenpremie. Deze premie is voor een oudere deelnemer hoger dan voor een jongere deelnemer. Bij een verzekerde DB-regeling betaalt een werkgever dus een premie die oploopt naarmate een deelnemer ouder wordt. Hiervoor wordt een harde pensioenaanspraak ingekocht. DB-regelingen zijn vanaf uiterlijk 1 januari 2027 niet meer toegestaan en moeten worden gewijzigd. Een pensioenregeling in de vorm van een harde pensioenaanspraak is dus niet meer mogelijk. Deelnemers gaan pensioen opbouwen op basis van een DC-regeling. Wat zijn de keuzes hierbij?

  1. Splitsing pensioentoezegging voor huidige en nieuwe deelnemers
    In het consultatiewetsvoorstel wordt het toegestaan om de huidige DB-regeling in de transitiefase (dus voor 2027) voor de huidige deelnemers om te zetten naar een DC-regeling met een naar leeftijd stijgende premiestaffel. Deze past goed bij een DB-regeling. Nieuwe deelnemers starten per wijzigingsdatum van de regeling maar uiterlijk per 1 januari 2027 in de nieuwe systematiek en bouwen pensioen op in een DC-regeling met een vlakke premie. Voor hen wordt dus een nieuwe pensioentoezegging opgestart.
  2. Eén pensioenregeling voor alle deelnemers
    Een werkgever kan er ook voor kiezen om voor alle deelnemers, huidig en nieuwe, over te gaan naar een DC-regeling met een vlakke staffel. Werkgever zal dan met de deelnemers die hierdoor een lagere jaarlijkse pensioenopbouw krijgen, afspraken over compensatie moeten maken.

Wijzigingen in verzekerde DC-regeling
Het merendeel van de huidige DC-regelingen kent een leeftijdsafhankelijke stijgende premiestaffel: hoe ouder de deelnemer des te hoger de premie. In het nieuwe systeem ontvangt een jongere deelnemer direct een hogere premie maar daarna een lagere (ten opzichte van de huidige premiesystematiek met een met de leeftijd oplopende staffel). Het instapmoment bepaalt dus het verschil in premie door het gemis van een hogere staffel op latere leeftijd.

Jongere deelnemers hebben hier het minste last van. Het uitgangspunt van het pensioenakkoord is ook dat het pensioendoel gelijk blijft. Er is geen versobering van het pensioen of de premie beoogd. Wel wijzigt de premie-inleg.

Voor bestaande DC-regelingen met een stijgende premiestaffel is een uitzondering gemaakt. De regelingen kunnen vanaf 1 januari 2027 blijven bestaan voor de huidige deelnemers. Nieuwe deelnemers moeten wel pensioen gaan opbouwen in een DC-regeling met een vlakke premie. Ook hier heeft werkgever de keuze om voor alle deelnemers over te gaan naar een DC-regeling met vlakke premie maar ook dan zal compensatie bij versobering voor bestaande deelnemers nodig zijn. Nieuwe deelnemers starten per wijzigingsdatum van de regeling maar uiterlijk per 1 januari 2027 in de nieuwe systematiek en bouwen pensioen op in een DC-regeling met een vlakke premie.

Hoe nu verder?

2027 lijkt nog ver weg maar niets is minder waar. Er zijn diverse keuzes te maken voor de nieuwe pensioenregeling. Wat voor soort regeling en welke compensatie wordt verstrekt? Het is van belang om hier een goede inventarisatie te doen en het is belangrijk dat de ondernemingsraad en de deelnemers duidelijk geïnformeerd worden over de wijzigingen die op stapel staan en welke consequenties dit heeft.

Een goede voorbereiding op de komende wijzigingen kost tijd en zorgt ervoor dat u een goede afgewogen beslissing kunt nemen voor de langere termijn. Ons advies: inventariseer op tijd welke consequenties het pensioenakkoord voor uw regeling heeft en ga hiermee aan de slag. Uw adviseur van Aon kan u hierbij uitstekend ondersteunen.

Keer terug naar de hoofdlijnen