Netherlands

Vooruitblik: wat betaalt u in 2018 voor uw zorgverzekering?

 

Jaarlijks bepaalt het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) de hoogte van een aantal financieringsfactoren rond de Zorgverzekeringswet vast. Steevast leidt dit tot aanpassingen in de nominale premie, de inkomensafhankelijke bijdragen, het eigen risico en de eigen bijdragen. Wat kunt u voor 2018 verwachten?

De nominale premie

VWS maakt voor Prinsjesdag altijd een schatting van de gemiddelde nominale premie voor het volgende jaar. In de praktijk zijn het de zorgverzekeraars die bepalen hoeveel premie ze vragen. Dat leidt meestal tot verschillen met de inschatting van VWS. Zo heeft VWS voor 2017 de premie veel te laag ingeschat.

Het ministerie verwacht dat de gemiddelde nominale premie met EUR 81 per jaar zal stijgen in 2018. Er zijn echter allerlei factoren die een rol spelen in de definitieve vaststelling van de premies door zorgverzekeraars.

Geld inzetten als premieverlaging
Een belangrijke factor voor de hoogte van de premie is de solvabiliteitseis aan verzekeraars. Die eis is per 1 januari 2016 fors strenger geworden als gevolg van nieuwe Europese regelgeving. De overheid verwacht dat zorgverzekeraars hun solvabiliteitsreserve fors gaan afbouwen door dit geld in te zetten als premieverlaging. Het is de vraag in hoeverre zorgverzekeraars dat nog kunnen en willen doen. De eerste zorgverzekeraars kunnen hun premies inmiddels niet of nauwelijks meer dempen omdat zij anders richting de ondergrens van de solvabiliteitseisen zullen zakken met hun reserves.

DSW bijt als vanouds het spits af
Zoals al sinds jaar en dag gebruikelijk is, maakte DSW als eerste de premie bekend. Komend jaar gaan haar klanten EUR 6 per jaar minder betalen. De verzekeraar kon dit mede doen doordat het per 2017 de premies fors verhoogd had en daardoor wat extra reserves heeft kunnen opbouwen.

Afgelopen week werd bekend dat de grote zorgverzekeraars een gemiddelde premieverhoging van EUR 3 per maand op de basisverzekeringen doorvoeren. Dit betekent dat de inschatting van VWS veel te hoog is. VWS had berekend dat de premieverhoging bijna EUR 7 per maand zou zijn.

De inkomensafhankelijke bijdrage

Werkgevers, zzp’ers en gepensioneerden betalen samen de inkomensafhankelijke bijdrage. Er gaat maar liefst EUR 48,5 miljard om in de Zorgverzekeringswet en de helft (!) wordt vanuit de inkomensafhankelijke bijdrage gefinancierd. De inschatting van de gemiddelde nominale premie speelt hier een grote rol. Als VWS die premie te laag inschat, valt de inkomensafhankelijke premie ook te laag uit. Het jaar daarop moet de inkomensafhankelijke bijdrage dan worden gecorrigeerd om toch de verhouding op 50% te houden.

Bijdrage stijgt in 2018
Zoals gezegd schatte VWS de nominale premie per 2017 veel te laag in. Daardoor hebben de inkomensafhankelijke bijdragen in 2017 minder dan 50% bijgedragen aan de financiering van de Zorgverzekeringswet. Voor 2018 stijgt het reguliere tarief voor de inkomensafhankelijke bijdrage daarom met 0,25% naar 6,90% van het bijdrageplichtig inkomen. Voor zelfstandigen en gepensioneerden gaat de inkomensafhankelijke bijdrage ook omhoog, van 5,40% naar 5,65%.

Regel een aantrekkelijke collectiviteit
Hoewel u als werkgever dus fors meebetaalt aan de financiering van de Zorgverzekeringswet, zijn uw werknemers vrij om te bepalen waar zij zich voor zorg verzekeren. Het advies van Aon: regel een aantrekkelijke collectiviteit. Zorgcollectiviteiten staan echter wel onder druk. De minister van Volksgezondheid wil dat er meer zorginhoudelijke afspraken worden gemaakt bij het afsluiten van zorgcollectiviteiten. Aon kan u hierbij helpen.*

*Zie ook het artikel Korting op de basisverzekering: hoe lang is dat nog mogelijk? voor meer informatie.

Het verplichte eigen risico

Op Prinsjesdag 2017 verscheen het bericht dat het verplichte eigen risico, conform indexatieregels, van EUR 385 naar EUR 400 zou stijgen. Maar nog geen dag later bleek dat de coalitie - die op dat moment nog bezig was met de regeringsonderhandelingen - het verplichte eigen risico toch op EUR 385 te willen houden.

Voorspelbaar en weinig verheffend
Om dit te bereiken was een parlementaire spoedprocedure noodzakelijk. De discussie in het parlement was voorspelbaar en weinig verheffend: een partij als PvdA die op dat moment nog in het (demissionaire) kabinet zat, gedroeg zich als oppositie. Formele oppositiepartijen CDA, CU en D66 stonden juist zij aan zij met VVD om de wijziging te verdedigen. Concreet lijkt niemand hier wat mee opgeschoten te zijn, omdat het verplichte eigen risico voor veel mensen nog steeds erg hoog is.

Maar al met al blijft het verplichte eigen risico in 2018 gelijk aan dat in 2017 én 2016, namelijk EUR 385 euro per kalenderjaar.

Vrijwillig eigen risico

Naast het verplichte eigen risico kunnen verzekerden voor een vrijwillig eigen risico kiezen. Erg populair is de keuze niet: slechts 12% van de verzekerden van 18 jaar en ouder koos in 2017 voor een vrijwillig eigen risico. Dit percentage ligt al een paar jaar op deze hoogte.

Van deze groep verzekerden koos 72,5% voor het maximale vrijwillige eigen risico van EUR 500. Uitgaande van dezelfde cijfers betalen deze verzekerden in 2018 de eerste EUR 885 aan zorgkosten zelf.

Spaargeld of besparen?
Met een hoog vrijwillig eigen risico is niets mis als de verzekerde geld achter de hand heeft. Er is wel reden tot zorg als uw werknemer alleen op zijn premie wil besparen. Als hij of zij toch zorgkosten maakt en het bedrag vervolgens niet kan betalen, kunt u daar als werkgever ook last van krijgen. Het is verstandig hier aandacht voor te hebben binnen uw bedrijf.

De eigen bijdragen

De Zorgverzekeringswet kent eigen bijdragen en maximale vergoedingen voor haarprothesen, lenzen en brillenglazen, orthopedische schoenen, kraamzorg en ziekenvervoer en hulpmiddelen. Deze eigen bijdragen worden jaarlijks aangepast op basis van indexaties en opgenomen in de Regeling zorgverzekering. Op 4 oktober 2017 zijn de bedragen per 2018 in de Staatscourant (2017 nr. 55594) gepubliceerd.

Naast de indexaties zijn er geen grote wijzigingen in de eigen bijdragen doorgevoerd.

Gemiddelde zorgkosten per volwassene

Naast de Zorgverzekeringswet maakt ook de Wet langdurige zorg (Wlz) deel uit van het zorgstelsel in Nederland. De inkomsten voor deze wet worden via de inkomstenbelasting verkregen.

Jaarlijks worden de lasten per volwassene aan zorg (zowel Zorgverzekeringswet als Wlz) berekend. VWS verwacht dat de lasten per volwassene in 2018 met 3,7% toenemen. In 2017 ligt het bedrag aan zorgkosten op EUR 5.515 per volwassene. In 2018 wordt uitgegaan van EUR 5.721 per volwassene.

In het volgende overzicht, overgenomen uit de begroting van het ministerie van VWS, is te zien waar dit bedrag uit opgebouwd is:

Zorgkosten